Grondwetscommissies

Een grondwetscommissie houdt zich bezig met mogelijke Grondwetsherzieningen. Vaak is een grondwetscommissie een staatscommissie: een niet-permanent adviesorgaan dat bij koninklijk besluit wordt ingesteld door de regering.

De commissie kan bestaan uit politici en/of externe deskundigen. Maar er kunnen ook staatscommissies op andere gebieden worden ingesteld. Een grondwetscommissie hoeft echter niet altijd een staatscommissie te zijn. In dit overzicht worden alleen de staatscommissies vermeld die grondwetscommissies zijn.

Grondwetsherziening 2002

In 2002 werd artikel 12 (binnentreden van de woning) opnieuw gewijzigd.

In de wet werd gesproken van binnentreden 'tegen de wil van de bewoner'. Uit het oogpunt van rechtsbescherming voor de bewoner en uit het oogpunt van zekerheid omtrent het rechtmatig binnentreden voor de ambtenaar, vond de wetgever het wenselijk om in de desbetreffende wet het scherpere criterium 'zonder toestemming van de bewoner' te hanteren.

Grondwetsherziening 2008

In 2008 werd de Grondwet gewijzigd ten aanzien van het stemrecht van wilsonbekwamen (artikel 54) en het voorzitterschap van gemeenteraad en provinciale staten (artikelen 125 en 126).

Het door het minister De Graaf (kabinet-Balkenende II) ingediende voorstel over de verkiezing van burgemeesters werd in 2007 door minister Ter Horst (kabinet-Balkenende IV) ingetrokken, tezamen met de twee wetsvoorstellen om de rechtstreekse verkiezing te regelen.

Grondwetsherziening 2006

In 2006 werd de grondwettelijke bepaling over onderwijs gewijzigd (artikel 23).

De regering vond het wenselijk om ruimte te bieden aan maatschappelijke initiatieven tot samenwerking tussen openbaar en bijzonder onderwijs. Daartoe is in 2006 is de grondwettelijke bepaling over onderwijs gewijzigd (artikel 23). Aan het slot van de eerste volzin, van het vierde lid, werd 'aantal scholen' vervangen door: 'aantal openbare scholen'. Aan de tweede volzin werd 'al dan niet in een openbare school' toegevoegd.

Grondwetsherziening 2005

In 2005 werd de vervanging van zieke en zwangere volksvertegenwoordigers in de Grondwet opgenomen (artikel 57a).

Nadat in 1996 een eerder wetsvoorstel inzake de tijdelijke vervanging van zieke en zwangere volksvertegenwoordigers (artikel 57a), met 43 stemmen voor en 27 tegen, in de Eerste Kamer was verworpen, werd het nieuwe wetsvoorstel in 2005 alsnog aangenomen. Een nieuw artikel (57a) werd ingevoegd dat luidt: 'De wet regelt de tijdelijke vervanging van een lid van de Staten-Generaal wegens zwangerschap en bevalling, alsmede wegens ziekte.'

Grondwetsherziening 2000

In 2000 werden de 'verdedigingsartikelen' in de Grondwet gewijzigd.

De artikelen 97, 98, 99, 100 en 102 werden vervangen door nieuwe artikelen, wat een verdere modernisering van de bepalingen inzake de verdediging betekende. De krijgsmacht kan ook worden ingezet voor internationale vredesoperaties. Artikel 100 bepaalt dat de Staten-Generaal zo mogelijk moeten worden geïnformeerd voordat troepen ter beschikking worden gesteld.

Grondwetsherziening 1995

In 1995 werden enkele defensiebepalingen in de Grondwet gewijzigd (artikelen 98 en 101), werd de voorgeschreven ontbinding van de Eerste Kamer bij een grondwetswijziging geschrapt (artikel 137) en werd een aantal enkele additionele artikelen geschrapt.

Het voorstel om tijdelijke vervanging van volksvertegenwoordigers bij zwangerschap mogelijk te maken, kreeg bij de tweede lezing in de Eerste Kamer geen tweederdemeerderheid.

Constitutionele toetsing

Constitutionele toetsing door de rechter houdt in dat de rechter toetst (of mag toetsen) of wetten al dan niet in overeenstemming zijn met de Grondwet. Het huidige artikel 120 van de Grondwet bepaalt dat de rechter niet mag beoordelen of wetten en verdragen in strijd zijn met de Grondwet. Nederland kent ook geen apart hof om wetgeving te toetsen.

Labels
Abonneer op