Overzicht Verenigde Vergaderingen

Behalve vergaderingen op Prinsjesdag en (tot 1983) ter opening of sluiting van de zitting van het parlement, zijn de volgende Verenigde Vergaderingen gehouden:

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Grondwettelijke regelingen

22 en 23 april 1849

Behandeld werd het Reglement van Orde van de Verenigde Vergadering.

19 april en 1 en 2 mei en 19 juli 1850

Behandeld werd: een wetsvoorstel tot regeling der voogdij over de troonopvolger voor het geval er een minderjarige troonopvolger zou zijn. Dat voorstel werd aangenomen. Voorts werd behandeld een wetsvoorstel tot vaststelling van bepalingen ten aanzien van de aanvaarding van het regentschap (prins Hendrik). Dat voorstel werd verworpen met 59 tegen 21 stemmen.

29 juli en 1 augustus 1884

In deze vergaderingen werd behandeld: een wetsvoorstel tot benoeming van een regentes voor het geval er een minderjarige troonopvolger zou zijn. Het wetsvoorstel werd aangenomen.

16 en 18 juli en 11 en 12 september 1888

Behandeld werd een wetsvoorstel tot regeling der voogdij over H.K.H. prinses Wilhelmina, voor het geval zij bij troonsopvolging minderjarig zou zijn. Het wetsvoorstel werd aangenomen. Tevens stelde de Verenigde Vergadering een nieuw Reglement van Orde vast.

2 en 3 april 1889

In deze vergaderingen werd behandeld: het verslag van de ministerraad over het buiten staat geraken van koning Willem III om de regering nog langer waar te nemen.

Op 3 april verklaarde de vergadering dat inderdaad sprake was van die toestand. De Raad van State trad op grond van deze constatering, bij het ontbreken van een regent, op als waarnemer van het koninklijk gezag.

30 april en 2 mei 1889

Op 2 mei verklaarde de Verenigde Vergadering dat de koning weer in staat was om te regeren. Een wetsvoorstel over het benoemen van een regentes werd op grond daarvan niet, zoals eerst wel in de bedoeling lag, ingediend.

28 en 29 oktober 1890

In deze vergaderingen werd behandeld: het verslag van de ministerraad over het buiten staat geraken van koning Willem III om de regering nog langer waar te nemen.

Op 29 oktober verklaarde de vergadering dat er sprake was van die toestand. De Raad van State trad op grond van deze constatering, bij het ontbreken van een regent, op als waarnemer van het koninklijk gezag.

12 en 14 november 1890

In deze vergaderingen werd behandeld: het wetsvoorstel tot benoeming van een regentes van het Koninkrijk (koningin Emma) zolang de koning niet in staat was te regeren. Het wetsvoorstel werd aangenomen. Het verscheen in Staatsblad 170 van 14 november 1890.

19 en 31 maart en 9 april 1909

Het wetsvoorstel tot aanwijzing van koningin-moeder Emma tot regentes in het geval er een minderjarige troonopvolger zou zijn, werd behandeld. Mocht Emma overlijden dan zou prins Hendrik als regent optreden. Prins Hendrik werd aangewezen als voogd over de (eventuele) minderjarige troonopvolger.

Het wetsvoorstel werd ingediend in verband met de aanstaande bevalling van koningin Wilhelmina. Het werd zonder stemming aangenomen (ook de sociaaldemocraten stemden voor).

8 en 10 oktober 1947

In deze Verenigde Vergadering werd behandeld een wetsvoorstel waardoor het voor koningin Wilhelmina mogelijk werd zich in verband met haar gezondheid tijdelijk te laten vervangen door prinses Juliana. Het wetsvoorstel werd met algemene stemmen aanvaard.

28 maart 1950

In deze vergadering werden behandeld de wetsvoorstellen 1. benoeming van een regent in geval van erfopvolging tijdens minderjarigheid van de troonopvolger; en 2. benoeming van een voogd en regeling van de voogdij over de minderjarige koning. Prins Bernhard werd aangewezen als voogd en regent.

Het woord werd gevoerd door Gortzak (CPN), Tweede Kamervoorzitter Kortenhorst (namens de commissie van rapporteurs) en het CHU-lid Schmal. Namens het kabinet sprak viceminister-president Van Schaik Beide voorstellen werden zonder stemming aangenomen. De leden van de CPN waren bij de stemming afwezig.

9 juni 1981

In deze Verenigde Vergadering, die voorafging aan de sluiting van de zitting 1980/1981, werd een nieuw Reglement van Orde van de Verenigde Vergadering behandeld.

Aanpassing was nodig omdat het reglement nog niet was aangepast aan de uitbreiding van het ledental in 1956, er nog oude spelling werd gebruikt en procedures aan modernisering toe waren. Het nieuwe reglement werd met algemene stemmen aangenomen.

Verder werden behandeld: 1. een wetsvoorstel tot benoeming van Prins Claus tot regent van het Koninkrijk en van Prinses Margriet tot regentes van het Koninkrijk voor het geval er een minderjarige troonopvolger zou zijn; 2. een wetsvoorstel tot benoeming van een voogd en tot regeling van de voogdij over de minderjarige koning

Beide voorstellen werden zonder stemming aangenomen. De fracties van de PSP uit beide Kamers kregen aantekening dat zij geacht werden tegen te hebben gestemd.

22 maart 1994

Behandeld werd het voorstel van rijkswet Bepalingen inzake de beëdiging van de regent (4, R1374). Het woord voerde Eerste Kamerlid Postma en premier Lubbers. Het wetsvoorstel werd met algemene stemmen aangenomen.

In deze vergadering werd tevens een algehele wijziging van het Reglement van Orde van de Verenigde Vergadering behandeld. Het woord werd hierbij gevoerd door het Tweede Kamerlid Jurgens en Eerste Kamervoorzitter Tjeenk Willink, die het voorstel verdedigde.

Aangezien de Voorzitter het woord voerde, werd de vergadering geleid door de laatst afgetreden voorzitter, Steenkamp. Het nieuwe reglement werd met algemene stemmen aangenomen.

31 maart 1998

In deze vergadering werd het voorstel van rijkswet tot toestemming voor het huwelijk van prins Maurits met Marie-Hélène Angela van den Broek behandeld. Het woord werd gevoerd door de Tweede Kamerleden Van der Burg (CDA), Te Veldhuis (VVD), Rehwinkel (PvdA), Rouvoet (RPF), Aiking-van Wageningen (Groep-Nijpels), Schutte (GPV) en Th. Hendriks en de Eerste Kamerleden Tiesinga-Autsema (D66) en Holdijk (SGP). Namens de regering voerde premier Kok kort het woord. Het wetsvoorstel werd aangenomen met alleen de SGP tegen.

30 mei 2000

In deze vergadering werd het voorstel van rijkswet voor het verlenen van toestemming voor het huwelijk van prins Bernhard jr. (1972) met Annette Sekrève behandeld. De leden Zwerver, Pitstra, Van Schijndel en Platvoet (allen GroenLinks) lieten aantekenen dat zij geacht wensten te worden tegen te hebben gestemd.

10 april 2001

In deze vergadering werd het voorstel van rijkswet tot toestemming voor het huwelijk van prins Constantijn (1969) met Petra Laurentien Brinkhorst behandeld.

Het woord werd gevoerd door de Tweede Kamerleden Rehwinkel (PvdA), Te Veldhuis (VVD), Scheltema-de Nie (D66) en Van Middelkoop (ChristenUnie) en de Eerste Kamerleden Pastoor (CDA), De Boer (GroenLinks) en Holdijk (SGP). Namens de regering voerde premier Kok kort het woord.

Van GroenLinks stemden vier Eerste Kamerleden en één Tweede Kamerlid vanwege principiële redenen tegen.

3 juli 2001

In deze vergadering werd het voorstel van rijkswet tot toestemming voor het huwelijk van prins Willem-Alexander (1967) met Máxima Zorreguieta behandeld.

Het woord werd gevoerd door de fractievoorzitters uit de Tweede Kamer Melkert (PvdA), Dijkstal (VVD), De Hoop Scheffer (CDA), Rosenmöller (GroenLinks) en De Graaf (D66) en de fractievoorzitters uit de Eerste Kamer Veling (ChristenUnie) en Holdijk (SGP). Namens de regering voerde premier Kok het woord.

Minderheden van de fracties van GroenLinks, PvdA en D66 (in totaal vijftien leden) stemden tegen, deels vanwege republikeinse opvattingen en deels vanwege het omstreden verleden van de vader van Máxima. De zeven SP-leden waren niet aanwezig.

3 december 2013

In deze Verenigde Vergadering werden behandeld: 1. een wetsvoorstel tot benoeming van koningin Máxima tot regentes van het Koninkrijk en van prins Constantijn tot regent van het Koninkrijk voor het geval er een minderjarige troonopvolger zou zijn; 2. een wetsvoorstel tot bepaling van de jaarlijkse uitkering aan de regent en 3. een wetsvoorstel tot regeling van het ouderlijk gezag over de minderjarige koning en het toezicht daarop.

Het woord wel alleen gevoerd door D66-senator Engels, voorzitter van de commissie van voorbereiding, en door premier Rutte. De drie wetsvoorstellen werden zonder stemming aangenomen.

2.

Bijzondere Verenigde Vergaderingen

9 oktober 2002

Herdenking Z.K.H. prins Claus der Nederlanden

24 maart 2004

Herdenking H.K.H. prinses Juliana der Nederlanden

6 december 2004

Herdenking Z.K.H. prins Bernhard der Nederlanden

3.

Andere herdenkingen

9 januari 1964

500 jaar Staten-Generaal

11 december 1973

25 jaar Universele Verklaring van de Rechten van de Mens

30 april 2005

25-jarig regeringsjubileum koningin Beatrix

16 oktober 2015

200 jaar Tweede en Eerste Kamer in Den Haag

4.

Ontvangsten

9 mei 1946

Ontvangst van Right Hon. Winston S. Churchill, MP

11 oktober 1946

Ontvangst van veldmaarschalk J. Smuts, minister-president van de Unie van Zuid-Afrika

13 november 1947

Ontvangst van Right Hon. William L. Mackenzie King, eerste minister van Canada

Op 7 februari 1984 ontvingen leden van beide Kamers in de vergaderzaal van de Tweede Kamer de Franse president François Mitterrand. Dit was geen formele vergadering, maar een bijeenkomst.

5.

Inhuldigingen Koning

De Grondwet bepaalt dat een nieuwe Koning zo spoedig mogelijk na aanvang van zijn koninklijk gezag in Amsterdam in een openbare Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal moet worden ingehuldigd. De Koning legt ten overstaan van de Staten-Generaal en delegaties van de Staten uit het Caribische deel van het Koninkrijk de eed of belofte af.


Meer over