Begrotingscyclus

In de Rijksbegroting staan de verwachte verplichtingen, uitgaven en ontvangsten van de rijksoverheid voor het komende jaar. De Rijksbegroting bestaat in feite uit een aantal afzonderlijke begrotingen, vooral per ministerie. Al deze begrotingen moeten worden voorbereid, uitgevoerd en afgesloten en tenslotte verantwoord.

Rijksbegroting

In de Rijksbegroting staan de verwachte verplichtingen, uitgaven en ontvangsten van de rijksoverheid voor het komende jaar. De Rijksbegroting bestaat in feite uit een aantal afzonderlijke begrotingen (begrotingsstaten en toelichtingen), per ministerie en voor specifieke fondsen.

Kaderbrief(besluitvorming) en Totalenbrief

In de Kaderbrief geeft het ministerie van Financiën jaarlijks eind maart of begin april een overzicht van financiële mee- en tegenvallers en claims voor gewenst nieuw beleid. De Kaderbrief gaat dus zowel over de lopende begroting van het betreffende jaar als over (met name de uitgavenkant van) de nog op te stellen begroting voor het volgende jaar.

De informatie hiervoor is afkomstig uit:

Grote-projectenprocedure

De Tweede Kamer heeft de mogelijkheid om langdurige en complexe projecten of wetgevingstrajecten aan te wijzen als 'groot project'. De bewindslieden die verantwoordelijk zijn voor dergelijke grote projecten zijn dan verplicht de Tweede Kamer uitgebreid en geregeld te informeren over de gang van zaken rond zulke projecten.

Het Flexakkoord van 1996

In 1996 kwam het Flexakkoord (ook wel 'Akkoord van Haarlem' of 'keukentafelakkoord' genoemd) tot stand. Dit sociaal akkoord in de vorm van een unaniem advies van de sociale partners legde de basis voor de in 1999 in werking getreden Wet Flexibiliteit en zekerheid. Hierdoor kreeg zittend personeel te maken met meer flexibiliteit en minder zekerheid, en flexibel personeel met minder flexibiliteit en meer zekerheid.

Kiesdrempel

Een kiesdrempel is het minimum aantal stemmen (uitgedrukt in een percentage van het totale aantallen uitgebracht stemmen) dat een partij moet behalen om een zetel in een volksvertegenwoordiging te krijgen. In Nederland is de kiesdrempel gelijk aan de kiesdeler (0,67 procent van de stemmen). In veel landen, zoals Duitsland, bestaat een hogere kiesdrempel. In Duitsland en België is dat bijvoorbeeld vijf procent, in Zweden vier procent.

Labels
Abonneer op