Troonrede 2002
Hieronder volgt de integrale tekst van de troonrede 2002. In deze tekst is structurering aangebracht, zodat u snel tussen de onderdelen kunt navigeren.
Hieronder volgt de integrale tekst van de troonrede 2002. In deze tekst is structurering aangebracht, zodat u snel tussen de onderdelen kunt navigeren.
Tijdens commissievergaderingen komen Eerste Kamerleden in kleinere groepen (commissies) bijeen. De voornaamste taak is de voorbereiding van debatten over wetsvoorstellen. Dat gebeurt inhoudelijk grotendeels schriftelijk, waarbij namens de fracties schriftelijk inbreng wordt geleverd voor een verslag. Commissievergaderingen vinden normaal plaats op dinsdagen.
Tijdens commissievergaderingen komen Tweede Kamerleden in kleinere groepen (commissies) bijeen. Geregeld worden zij hierbij vergezeld door ministers en staatssecretarissen. De voornaamste taak is het bespreken van beleid en wetsvoorstellen. Tweede Kamercommissies bepalen zelf wanneer zij vergaderen.
De behandeling van een wetsvoorstel door de Eerste Kamer houdt meer in dan alleen een debat en een stemming. Aan het debat gaat een schriftelijke voorbereiding vooraf, waarbij leden commentaar kunnen geven op het voorstel en vragen kunnen stellen.
Debatten hebben een vast patroon en vaste regels. Dat geldt ook voor de stemmingen.
De regering bestaat uit de Koning en ministers, terwijl het kabinet bestaat uit ministers en staatssecretarissen. De Koning is het staatshoofd maar in de praktijk heeft hij geen macht. Het kabinet bepaalt in gezamenlijkheid het beleid en alle ministers zijn daarvoor verantwoordelijk.
Kort na de afkondiging van de Grondwetsherziening van 1840 doet koning Willem I afstand van de troon ten gunste van zijn oudste zoon, die vanaf 7 oktober 1840 als koning Willem II gaat regeren. Het bewind van de nieuwe koning verschilt niet zo veel van dat van zijn vader.
In de nieuwe Tweede Kamer van 2002 waren randstedelingen en mannen veruit in de meerderheid. 95 Leden kwamen uit de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht en er waren 101 mannen. De nieuwe Kamer was ook hoog opgeleid: bijna 125 leden hadden een universitaire opleiding of hogerberoepsopleiding gevolgd.
Een gekozene is niet verplicht zijn zetel in te nemen en het is meer dan eens voorgekomen dat iemand afzag van de Tweede Kamerzetel. In de regel ging het na verkiezingen hoogstens om één of twee personen, die daar meestal om persoonlijke redenen van af zagen.
In 2002 ging het om meerdere kandidaten. Onder de personen die hun benoeming niet aannamen, waren enkele bekende politici, onder wie vier lijsttrekkers.
Tot 2017 konden partijen die deelnamen aan Tweede Kamerverkiezingen en die in alle kieskringen een lijst hadden ingediend, als lijstencombinatie (lijstverbinding) meedoen. Een voorwaarde daarbij was dat ze dat in alle kieskringen deden. In het verleden waren de lijsten van SGP en ChristenUnie vaak verbonden, maar ook zijn er recent bijvoorbeeld ook lijstverbindingen geweest tussen PvdA, SP en GroenLinks.
Het aantreden van een nieuw kabinet is soms reden voor de komst van nieuwe ministerposten. Bij de formatie van het kabinet-Rutte III kwamen er vier nieuwe posten. Bij de formatie van de kabinetten in de afgelopen twintig jaar werden met creatie daarvan soms duidelijke beleidsaccenten gegeven. Zo kwamen er ministers voor Grotestedenbeleid (1998), Vreemdelingenbeleid en Integratie (2002), Bestuurlijke Vernieuwing (2003), Jeugd en Gezin (2007) en Immigratie en Asiel (2010). De meeste posten bestonden maar een paar jaar.