Dit is een artikel in de serie Wandelingen door de Handelingen, een kijkje in de Nederlandse parlementaire geschiedenis aan de hand van spraakmakende debatten.
Op 19 maart 2003 vielen de Verenigde Staten Irak binnen. Dit werd gedaan vanwege massavernietigingswapens die Irak zou hebben. Daarnaast zou toenmalig leider Saddam Hoessein banden met militaire organisaties onderhouden, of deze zelfs aansturen. Nadat in 2009 extra informatie vrijkwam, werd er een onderzoek ingesteld naar de Nederlandse stellingname. Het rapport 'Commissie van onderzoek besluitvorming Irak' dat in 2010 verscheen, zou oud-premier Jan Peter Balkenende (CDA) nog lang achtervolgen.
Inhoud
Achtergrond
Na de terroristische aanslag op 9 september 2001 stond de wereld op zijn kop. Irak liet al lange tijd geen internationale wapeninspecteurs meer binnen, maar na de aanslag zagen de VS hier weer strikter op toe. Na veel gesteggel besloten de VS en het VK dat het legitiem was om Irak binnen te vallen, onder andere vanwege de aanwezigheid van massavernietigingswapens, banden met Al Qaida en de onderdrukking van de bevolking.
De VS en VK begonnen een 'Coalition of the willing', waarbij landen zich konden aansluiten. Er moesten dus politieke keuzes worden gemaakt. Nederland werd toen geregeerd door het demissionaire kabinet-Balkenende I. Balkenende liet weten dat Nederland de inval 'politiek' zou steunen, maar niet militair. Er werden toen al vraagtekens bij de juridische grondslagen voor deze steun gezet, terwijl fractievoorzitter Maxime Verhagen het CDA-standpunt (en dus dat van Balkenende) verdedigde.
Handelingen 25 maart 2003
Minister Balkenende: Mijnheer de voorzitter. De wereld staat aan de vooravond van een oorlog die niemand heeft gewild. Ik weet dat een oorlog hevige gevoelens zal losmaken. Ik zal geen moment ontkennen dat ook ik heb geworsteld met het besef dat de militaire operatie nu vrijwel onvermijdelijk is geworden. Geweld is geen werkelijke oplossing, maar dat neemt niet weg dat geweld in specifieke gevallen nodig kan zijn om recht en vrede te waarborgen. De situatie rond Irak confronteert ons met de klemmende vraag of er nu sprake is van zo'n specifiek geval.
[....]
De regering van Nederland is daarom niet neutraal in haar afweging. Gesteld voor de keuze "Saddam Hoessein of Bush en Blair", kiest zij zonder aarzeling voor de laatste. Daarom ook de politieke steun.
Een tweede keuze betreft die van een actieve militaire bijdrage aan het mogelijk ingrijpen van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. De regering heeft daartoe niet besloten, vanwege de overtuiging dat deze verstrekkende keuze gebaseerd moet zijn op een zo breed mogelijk draagvlak in de samenleving en in de Kamer.
De vraag die dan nog overblijft is, wat wij winnen voor de toekomst van Irak. Een oorlog kan nodig zijn, maar je wint er geen vrede mee. Die moet worden gewonnen door de wederopbouw van Irak wanneer de wapens zwijgen. Nederland is ten volle bereid, onder de vlag van de Verenigde Naties daaraan bij te dragen.
Het besluit van het kabinet is na zeer zorgvuldige afweging totstandgekomen en in het volle besef dat velen in Nederland het moeilijk hebben met het vooruitzicht op een oorlog. Ook de regering deelt die gevoelens. Het regime in Bagdad laat ons echter geen andere keuze.
[...]
De heer Marijnissen (SP): Dit zal duidelijk zijn. Het gaat mij echter om een antwoord op de vraag of het uit volkenrechtelijk oogpunt, juridisch dus, wel snor zit. Ik ben ervan overtuigd dat dit niet het geval is. Ik vind de omschrijving van de heer Verhagen van de positie van landen als Rusland en Frankrijk eerlijk gezegd nogal ver gaan. Ik geloof absoluut niet dat die landen hebben besloten om de handen in de lucht te steken en Saddam Hoessein te laten voor wat hij is. In het geheel niet. Zij zijn het echter inhoudelijk niet eens met Balkenende, met Blair en met Bush om in dit stadium te besluiten tot een oorlog. Dit is dus een impliciet besluit van de Veiligheidsraad. Is het daarom niet eerder andersom: pleegt de Nederlandse regering samen met de Amerikaanse en Engelse regering een aanslag op de Veiligheidsraad door dit te miskennen? Is het tot slot niet zo dat in de eerste plaats de indieners en degenen die ervoor hebben gestemd, te weten de gehele Veiligheidsraad, gaan over de interpretatie van resolutie 1441 en niet alleen de heer Verhagen?
[...]
De heer Bos (PvdA): Mijnheer de voorzitter. Op een paar rotsblokken in de Atlantische Oceaan is op symbolische, maar niet mis te verstane wijze afgelopen zondag de Veiligheidsraad buiten spel gezet. Waar Blix en El Baradei vaststelden dat de combinatie van wapeninspecteurs en zware druk door middel van onder andere een eenduidige Veiligheidsraadresolutie – vijftien tegen nul – nog steeds kon leiden tot de vreedzame ontwapening van Irak, hielden Bush, Blair en Aznar het zondagmiddag voor gezien. Zelfs de blamage van de checkboekdiplomatie bleek niet meer te werken. Veel burgers, ook in Nederland, zullen zich verschrikkelijk onmachtig voelen nu het perspectief van een oorlog met rasse schreden nadert. Peilingen lieten vanochtend zien dat ook in Nederland minder dan 25% van de bevolking het besluit van de Verenigde Staten steunt om op dit moment oorlog te gaan voeren.
[...]
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Voorzitter. Ik begrijp dat de heer Bos nog een aantal vragen wil stellen. Ik kan hem toch niet anders begrijpen dan dat de Partij van de Arbeid geen politieke steun wil geven aan het gedrag van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.
De heer Bos (PvdA): Wij vinden het een verkeerde beslissing op het verkeerde moment.
Nasleep in Balkenende IV
Hiermee was de kous allerminst af. Onder meer dankzij latere rapporten waarin stond dat er geen aanwezigheid van massavernietigingswapens of banden met Al Qaida bestonden, bleef de Irakoorlog hoog op de agenda staan. De Nederlandse stellingname bleef onderwerp van gesprek, ook na de val van het kabinet-Balkenende II en tijdens de verkiezingen (die werden uitgeschreven door het rompkabinet-Balkenende III).
Verschillende partijen namen dan ook in hun programma op dat ze graag een parlementaire enquête naar het handelen van de regering wilden beginnen. Een van die partijen was latere coalitiepartner PvdA. Het kabinet-Balkenende IV (CDA, ChristenUnie en PvdA) besloot echter tijdens de kabinetsformatie van 2006-2007 dat zo'n enquête er niet zou komen. Het CDA wilde dit niet omdat het Balkenende kon beschadigen en voor onnodige commotie kon zorgen.
Begin 2009 onthulde het NRC Handelsblad een memo uit 2003, waarin ambtenaren zeer kritisch waren op de VS en stelden dat de actie in strijd leek met het internationaal recht. Nederland zou bij een eventuele procedure hierover bij het Internationaal Gerechtshof zijn zaak zelfs verliezen. Op deze memo stond duidelijk geschreven: "Goed opbergen in de archieven voor het nageslacht, de discussie is hiermee voor dit moment gesloten!" De memo lijkt toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer (CDA) dus nooit te hebben bereikt. Na deze onthulling wilden oppositiepartijen en ook PvdA alsnog een onderzoek.
Hoewel eerst werd geopperd om een parlementaire enquête te starten, werd uiteindelijk besloten om een onderzoekscommissie in te stellen. Deze kwam onder leiding van jurist Willibrord Davids, die tot een jaar eerder president van de Hoge Raad was.
Begin 2010 presenteerde de Commissie-Davids het rapport met bevindingen. Hierin stond specifiek over het handelen van het kabinet toentertijd dat de informatieverstrekking soms onvoldoende was en er weinig leiding werd gegeven door Balkenende aan de debatten over Irak. Ook de juridische basis voor de steun, waarop Balkenende zich vaak beriep, werd betwijfeld.
In een eerste reactie - op 12 januari - distantieerde Balkenende zich van een aantal belangrijke conclusies. Zo zei hij de Tweede Kamer wel voldoende te hebben geïnformeerd en stipte hij aan dat niet alle commissieleden hetzelfde dachten over de conclusies in het rapport. Dit was niet de tekst die was afgesproken tussen de coalitiepartijen, bleek uit een reactie van PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer. Er was dus geen eenheid van kabinetsbeleid en daardoor een kabinetscrisis op handen.
Op 13 januari stuurde Balkenende een meer genuanceerde kabinetsreactie op het rapport naar de Kamer. Diezelfde dag werd er stevig gedebatteerd. Hieronder volgt een aantal opmerkingen vanuit de Kamer en reacties van de premier.
Handelingen 13 januari 2010
De heer Pechtold (D66): Voorzitter. Deze premier heeft in vijf uur tijd de coalitie tot op het bot verdeeld en het kabinet in een crisis gestort. Zo verdween de inhoud uit beeld: de besluitvorming over het politiek steunen van de oorlog in Irak. Een oorlog die tot op de dag van vandaag Irak een van de meest onveilige landen maakt, een oorlog waardoor meer dan 2,5 miljoen mensen ontheemd raakten en sinds 2003 minstens 100.000 doden vielen, terwijl de Amerikanen Irak binnenvielen om democratie te brengen.
De heer Rutte (VVD): Voorzitter. Minister-president, wat maakt dit kabinet er een zootje van! Gisterenochtend begon de dag overzichtelijk met een stevig verhaal van de commissie-Davids, maar die dag eindigde in een complete chaos. Normaal gesproken wordt een dergelijk rapport goed bestudeerd en daarna wordt die inhoudelijk ordentelijk behandeld. Deze coalitie heeft het echter gepresteerd dat wij het niet over de inhoud hebben, maar dat wij weer praten over ruzie in het kabinet. Na anderhalve dag blijkt dat de minister-president wel degelijk een eerste verklaring namens het hele kabinet heeft afgelegd.
Ik vraag vicepremier Bos of hij de uitspraken van mevrouw Hamer deelt, fractievoorzitter van de PvdA, die zij gisterenmiddag deed. Zij zei dat de premier niet namens hem heeft gesproken.
De heer Wilders (PVV): Voorzitter. Eerst was er een oorlog in Irak en toen was er een oorlog in het kabinet. Het CDA en de PvdA sloegen elkaar de afgelopen 24 uur spreekwoordelijk de koppen in. Niet premier Balkenende en minister Bos regeren dit land, maar de chaos doet dat.
In het Torentje was crisisoverleg tussen de heren Balkenende, Bos en Rouvoet en in de kamer van de heer Van Geel mocht de b-selectie aantreden.
Crisis in dit kabinet, dat is prachtig! We kregen net een capitulatiebriefje van de minister-president met bezwerende formules die ons allemaal willen doen geloven dat er niets meer aan de hand is. Toch staat het kabinet met een been in het graf.
[...]
Minister Balkenende: Voorzitter, staat u mij toe om nog één opmerking te maken, omdat er anders misverstanden ontstaan. Ik heb gezegd dat het samenhangt met de formele vereisten die gelden. Dus zeg ik dat op basis van wat is gezegd op 6 december over dat verdere contacten met de Amerikanen zullen plaatsvinden, je niet kunt zeggen dat de Kamer onvolledig is geïnformeerd. Het gaat dus om één specifiek punt waarover de Kamer is geïnformeerd. De heer Pechtold veralgemeniseert het nu en daarmee doet hij geen recht aan wat ik gisteren heb gezegd.
Mevrouw Kant (SP): De minister-president gaat gewoon verder in de aanval, want na een paar zinnen zegt hij al: en ik neem niks terug! Nou, dat wordt misschien wel morgenochtend voor we hier klaar zijn. Ik heb toch heel duidelijk begrepen dat de brief die hij naar de Kamer heeft gestuurd, een nieuw standpunt is. Is dat zo?
Minister Balkenende: De brief is geen nieuw standpunt. Het is een brief op verzoek van de Kamer. Ik heb gisteren een verklaring afgelegd na afstemming met leden van het kabinet. In deze brief wordt voortgebouwd op wat gisteren aan de orde is geweest.
Slot
Het debat van 13 januari bleef nog lang doorgaan. Het kabinet - bij monde van Balkenende en Bos - werd bevraagd of er nog wel eenheid van kabinetsbeleid was. Hamer werd gevraagd of ze nu wel kon leven met de reactie van Balkenende. Beantwoording bleef regelmatig vaag.
Hierna onderhandelden de coalitiepartijen verder om een nieuwe, uitgebreide kabinetsreactie op het rapport te geven. Hierin werden de conclusies van het rapport onderschreven. Op 16 februari 2010 werd er gedebatteerd over de nieuwe kabinetsreactie. Een motie van wantrouwen werd ingediend door GroenLinks, SP, Partij voor de Dieren, D66 en PVV. Deze motie werd verworpen; het kabinet overleefde de kabinetscrisis. Een week later viel het kabinet alsnog vanwege een andere militaire aangelegenheid: de Uruzgan-crisis.
Handelingen 16 februari 2010
De heer Pechtold (D66): Normen en waarden! Mevrouw de voorzitter. De premier wil het debat over normen en waarden terug op de maatschappelijke agenda. Doe normaal, hoorden wij hem gisteren zeggen. Vandaag kan hij daar zelf mee beginnen in een debat over de belangrijkste normen en waarden uit zijn premierschap, een debat waarin hij – in normaal Nederlands graag – niet alleen de feiten accepteert uit het rapport-Davids, maar er ook de morele en politieke verantwoordelijkheid voor neemt.
[...]
Mevrouw Hamer (PvdA): Wij vellen een kritisch oordeel over de manier waarop de zaken zeven jaar geleden zijn verlopen. In een eerste reactie betitelde mijn fractie de conclusies van de commissie als stevig en verontrustend. Dat is ook de reden dat wij geen genoegen konden nemen met de eerste verklaring van de minister-president. Wij achten het daarom van groot belang dat nu wel recht wordt gedaan aan de conclusies van de commissie-Davids in de kabinetsreactie.
[...]
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Dat vind ik onbevredigend. Het kabinet-Balkenende IV is verantwoordelijk voor het gedrag van kabinet-Balkenende I. Dat is staatsrechtelijk zo en toevallig hebben wij hier ook nog met dezelfde persoon te maken. Hier staat geen ambt te praten, hier staat een persoon te praten. Hij was er gewoon bij in 2002 en 2003. Ook over bijvoorbeeld het gedrag van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken moeten niet alleen inlichtingen worden verstrekt, ook dient daarover een gewogen politiek oordeel te worden geveld. Ik neem aan dat de minister-president dat met mij eens is.
Minister Balkenende: Het is niet de taak van een zittend kabinet om even een oordeel te vellen over een vorig kabinet. Zittende bewindslieden nemen de verantwoordelijkheid over van hun voorgangers. Zij zijn gehouden om informatie te verstrekken over het beleid dat daarvoor is gevoerd. Op het vellen van politieke oordelen wordt ook in de brief ingegaan. Wij hebben gekeken naar het verleden, er is stilgestaan bij de vraag hoe het toenmalig kabinet heeft gehandeld. Vervolgens vormen wij ons natuurlijk wel een oordeel over een aantal zaken dat in de brief naar voren is gebracht, bijvoorbeeld de informatieverstrekking. Daar zal ik straks op ingaan. Het oordeel over hoe het toen is gelopen, dat relevant is voor de lessen die moeten worden geleerd, treft de Kamer in de brief aan. Zo liggen de verhoudingen. Dat is heel iets anders dan een eindeloze discussie over het beleid van voorgangers. Dat is niet gebruikelijk. Dat moet ook helemaal niet.
[...]
Mevrouw Kant (SP): Dan moet ik dus concluderen, na een hele dag debatteren, dat het kabinet de feiten onderschrijft, de gebeurtenissen, die je niet kunt veranderen, maar niet de conclusies, de essentie waar het over gaat, nu er een onderzoek is gedaan naar de politieke steun van een illegale oorlog. Er worden snoeiharde conclusies getrokken en de minister-president wil deze conclusies niet onderschrijven.
Minister Balkenende: Voorzitter, dit wordt een herhaling van zetten. Ik ben ingegaan op zoveel vragen. U weet wat mijn visie op het geheel is. Ik ben net ook ingegaan op mijn verantwoording. Dat is ook wat ik wilde zeggen in tweede termijn. Daarmee ben ik gekomen aan het eind van wat ik naar voren wilde brengen.