Troonrede 2 mei 1814
Uitgesproken door Koning Willem I
Edel Mogende Heeren!
Na de bekrachtiging der Grondwet, heeft zich mijne eerste en voornaamste zorg bepaald tot de bijeenroeping der Staten-Generaal. Met ongeduld, heb ik het oogenblik te gemoet gezien, waarop ik een gedeelte van het gezag, dat gebiedende omstandigheden mij genoopt hadden, te aanvaarden, op eene geregelde wijze zoude kunnen overlaten aan de vertegenwoordigers der geheele natie.