De aanwezigheid van prinsen en prinsessen op Prinsjesdag

Op Prinsjesdag wordt de troonrede voorgelezen en het nieuwe parlementaire jaar geopend. Bij de allereerste opening van de Staten-Generaal (die toen nog maar uit één Kamer bestond) op 2 mei 1814 was niet alleen de vorst Willem I aanwezig, maar ook zijn tweede zoon prins Frederik. De kroonprins, de latere Willem II, was toen afwezig. Later was het gebruikelijk dat zonen (en broers) van de koning de plechtigheid bijwoonden. Dat gold niet voor de echtgenotes van de koning. De prins-gemalen van onze koninginnen waren daarentegen wel meestal aanwezig, evenals de echtgenoten van kinderen van de regerende vorstin.

Prinses Margriet en haar man, Pieter van Vollenhoven, waren tot en met 2012 altijd bij de plechtigheid aanwezig. De andere zussen van koningin Beatrix, prinses Irene en prinses Christine, zijn nadat zij geen parlementaire toestemming voor hun huwelijk hadden gevraagd en daarmee hun rechten op de troon hadden verspeeld niet meer aanwezig geweest.

Koning Willem-Alexander wordt sinds zijn aantreden in 2013 begeleid door zijn vrouw koningin Máxima en door zijn broer en schoonzus prins Constantijn en prinses Laurentien.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Onder Willem I en Willem II

Tussen 1815 en 1848 was het gebruikelijk dat zonen en broers van de koning aanwezig waren op Prinsjesdag. Onder Willem I gingen de kroonprins (de Prins van Oranje) en diens broer, prins Frederik, met hun vader mee in een koets. In 1838 voegde zich ook de kleinzoon van Willem I, de latere koning Willem III, bij hen. Weer een jaar later zijn was ook zijn tweede kleinzoon prins Alexander erbij.

Koning Willem II ging gedurende zijn gehele regeerperiode te paard naar het Binnenhof, waarbij hij meestal werd vergezeld door zijn oudste zoon, de prins van Oranje. In 1842 kwamen zelfs alle drie de zonen (Willem, Alexander en Hendrik) en de broer van de koning, prins Frederik, te paard.

De echtgenotes van Willem I en Willem II (koningin Wilhelmina en koningin Anna Paulowna) waren nooit aanwezig.

2.

Onder Willem III

De eerste keer dat Willem III de troonrede voorlas, in september 1849, werd die gebeurtenis bijgewoond door zijn echtgenote en twee zoontjes. Koningin Sophia en de prinsen Willem (9 jaar) en Maurits (6 jaar) zaten echter niet in de zaal, maar volgden de plechtigheid vanuit een loge.

Nadat prins Willem (de Prins van Oranje) in 1858 meerderjarig werd, zat hij wel naast zijn vader in de zaal. In 1874 gold dat eveneens voor de in dat jaar meerderjarig geworden prins Alexander. Deze laatste zou daarna nog eenmaal, in 1876, aanwezig zijn. Vanaf 1879 weigerde Alexander, die na het overlijden van zijn broer Prins van Oranje was geworden, naar de opening te komen. Hij voerde daarvoor als reden aan dat hij nog te geschokt was door de dood van zijn moeder (in 1877) en van zijn broer (in 1879).

Prins Willem had tussen 1876 en 1879 overigens ook al verstek gaan, omdat hij zich in Parijs had gevestigd. Hij had ruzie met zijn vader, omdat die hem toestemming weigerde voor een huwelijk met jonkvrouw Mathilde van Limburg Stirum.

3.

Onder Emma, Wilhelmina en Juliana

Na de dood van Willem III in november 1890 werd de troonrede zeven jaar voorgelezen door koningin-regentes Emma. Emma was in september 1891 dus de eerste vrouw die in de zaal aanwezig was bij de plechtigheden. Zij liet zich in 1897 vergezellen door de toen nog minderjarige koningin Wilhelmina. Nadat die in 1898 gerechtigd was het koningschap op zich te nemen, ging haar moeder mee naar de Balzaal en vanaf 1904 naar de Ridderzaal (de laatste keer in 1932).

In 1901 woonde prins Hendrik, die in januari van dat jaar met koningin Wilhelmina was getrouwd, de opening van de Staten-Generaal bij. Hij zou dat elk jaar tot zijn dood in 1934 blijven doen.

Vanaf 1927 was ook prinses Juliana aanwezig op het podium in de Ridderzaal, nadat zij in april van dat jaar meerderjarig was geworden. In 1938 ging prins Bernhard, die in januari van dat jaar met Juliana in het huwelijk was getreden, mee naar de Ridderzaal.

Wilhelmina zou na haar abdicatie in 1948 niet meer verschijnen op Prinsjesdag.

De dochters van koningin Juliana waren vanaf het moment dat zij meerderjarig waren, vaak aanwezig op Prinsjesdag. Beatrix voor het eerst in 1956, Irene in 1958, Margriet in 1961 en Christina in 1965. Nadat Irene in 1964 zonder toestemming van de Staten-Generaal een huwelijk was aangegaan, kwam hieraan voor de prinses een einde.

Prins Claus en Pieter van Vollenhoven, woonden als echtgenoten van prinses Beatrix en van prinses Margriet, vanaf respectievelijk 1965 en 1967 Prinsjesdag bij.

4.

Onder koningin Beatrix

Tot en met 2000 vergezelde Prins Claus zijn echtgenote, behalve in 1991 toen gezondheidsredenen dat verhinderde. Ook in 2001 en 2002 moest prins Claus wegens zijn gezondheid verstek laten gaan. Op Prinsjesdag 2002 werd prins Claus 's middags in het AMC te Amsterdam opgenomen. Daar stierf hij een kleine drie weken later op 6 oktober.

Vanaf 1985 woonde prins Willem-Alexander de gebeurtenissen op Prinsjesdag bij. In dat jaar werd hij namelijk meerderjarig. Een enkele maal kon hij vanwege studie of dienstplicht niet aanwezig zijn. Ook prins Constantijn was meestal present. Totdat prins Johan Friso in 2003 zonder toestemming van de Staten-Generaal met Mabel Wisse Smit trouwde, was ook hij af en toe aanwezig.

Prinses Margriet en haar man, Pieter van Vollenhoven, waren er eveneens ieder jaar bij.

In 2001 was prinses Laurentien, die dat jaar met prins Constantijn was getrouwd, als eerste aangetrouwde dochter van een regerend vorst(in) aanwezig in de Ridderzaal. In 2002 woonde prinses Máxima voor het eerst Prinsjesdag bij.

5.

Onder koning Willem-Alexander

Koning Willem Alexander werd in 2013 begeleid door zijn vrouw koningin Maxima en door zijn broer en schoonzus prins Constantijn en prinses Laurentien. Voor het eerst zat er een echtgenote naast de koning op het podium. Prinses Beatrix, prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven waren er niet meer bij. Sindsdien is koningin Máxima ieder jaar op Prinsjesdag aanwezig geweest.


Meer over