Troonrede

De troonrede is de rede die de koning jaarlijks op de derde dinsdag van september (Prinsjesdag) voorleest. Daarin geeft hij namens de regering een uiteenzetting van het beleid voor het komende jaar. De regering stelt de tekst op. Het uitspreken van de troonrede is geregeld in artikel 65 van de Grondwet.

Inhoud

  1. Inhoud
  2. Bede
  3. Locatie
  4. De dag
  5. Wie schrijft de troonrede?
  6. Historische ontwikkeling
  7. Troonredes

Inhoud

Troonredes hebben geen strikte voorgeschreven opzet, maar de opbouw is wel vaak het zelfde. Er wordt een staat gegeven van het land, met name op financieel-economisch gebied. Verder komen de buitenlandse betrekkingen en specifieke onderwerpen uit de begroting aan de orde. In het verleden werd vaak een opsomming gegeven van te verwachten beleidsmaatregelen.

Bede

Sinds 1841 wordt de troonrede vaak afgesloten met een godsdienstig element: een bede. De formulering daarvan is in de loop van de tijd veranderd en de bede is soms weggelaten. Tijdens de paarse kabinetten (1994-2002) werd Gods zegen niet rechtstreeks toegewenst, maar werd wel verwezen naar mensen die voor de Kamerleden om zegen baden. In 2002 wenste koningin Beatrix hun weer rechtstreeks Gods zegen toe. Sinds 2003 wordt een formulering gebruikt waarin de koning zegt met anderen om kracht en Gods zegen voor de Kamerleden te bidden.

Locatie

De troonrede wordt uitgesproken tijdens een Verenigde Vergadering van de Eerste en Tweede Kamer aan het begin van het parlementaire jaar. De eerste troonrede werd in 1814 uitgesproken in de Trêveszaal. Vanaf 1815 vond de plechtigheid doorgaans plaats in de toenmalige vergaderzaal van de Tweede Kamer, maar tot 1830 gebeurde dat soms ook in Brussel.

In 1904 werd de Ridderzaal voor het eerst gebruikt. Daarna vond de plechtigheid daar meestal plaats. In 2020 en 2021 werd vanwege de coronamaatregelen uitgeweken naar de Grote Kerk in Den Haag. Sinds 2022 wordt de troonrede vanwege de renovatie van het Binnenhof uitgesproken in de Koninklijke Schouwburg.

De dag

De eerste Prinsjesdagen vonden plaats op de eerste maandag in oktober, maar vanwege de tijd die men nodig had voor de behandeling van de begrotingswetten voor het nieuwe begrotingsjaar aanving, werd in 1848 Prinsjesdag vervroegd naar de derde maandag in september. In 1887 werd in plaats van de derde maandag, de derde dinsdag gekozen opdat de Kamerleden die van ver moesten komen, dan niet meer op zondag van huis weg hoefden te gaan.

Het kwam enkele keren voor dat een troonrede (ook) op een ander moment werd voorgelezen, namelijk als er een bijzondere zitting was van de Staten-Generaal. Dat was bijvoorbeeld zo in 1884, 1917, 1922 en 1937.

Wie schrijft de troonrede?

Premier in torentje aan het telefoneren

De koning leest de troonrede voor, maar schrijft de tekst niet zelf. De ministers leveren bijdragen aan over hun beleidsterreinen. Op basis daarvan stelt de minister-president, met ondersteuning van het ministerie van Algemene Zaken, een concept op.

De minister-president legt het concept voor aan de ministerraad en bespreekt de tekst ook met de koning. De ministerraad stelt de troonrede uiteindelijk vast. Wat de bespreking met de koning aan de tekst verandert, is niet openbaar.

Als de koning verhinderd is, kan een minister de troonrede namens hem uitspreken. Doorgaans was dat in het verleden de minister van Binnenlandse Zaken. In 1947 werd de troonrede voorgelezen door minister-president Louis Beel, die ook minister van Binnenlandse Zaken was.

Historische ontwikkeling

Pas sinds de Grondwetsherziening van 1983 staat in de Grondwet dat jaarlijks door de koning(in) een uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid wordt gegeven. Daarvoor bepaalde de Grondwet alleen dat de koning jaarlijks de zitting van de Staten-Generaal en eventuele buitengewone zittingen van het parlement opende. Over wat er in de troonrede moest staan, is verder niets geregeld. Het idee in 2008 om de koningin een 'visionaire' troonrede te laten voorlezen, was wat dat betreft mogelijk geweest.

Troonredes

Op zoek naar een eerdere troonrede (vanaf 1945)?


Meer over