Problemen verdwijnen niet zomaar en voor mogelijke oplossingen geldt dat ze niet zomaar 'verschijnen'. Beleid maken kost tijd en is een continu proces. In de Nederlandse politiek was, door vorming van coalitiekabinetten, altijd sprake van veel continuïteit. Bij het aantreden van kabinetten liggen er bijvoorbeeld nog voorstellen en daarmee begint geen kabinet op 'nul'. Wel lijkt zowel door wisselingen van coalities als van personen dat beeld steeds meer verstoord te worden.
Er was een tijd dat die continuïteit er niet altijd was. Waar twee blokken (liberalen en christendemocraten) tegenover elkaar stonden, was juist wel sprake van duidelijker breuken. Bij wisseling van kabinetten was van belang of de zittende meerderheid wel of niet door kon. Tot 1917 vervielen ls de Tweede Kamer werd ontbonden bovendien alle aanhangige voorstellen en werkzaamheden. De noodgedwongen afgebroken behandeling kon overigens wel weer worden herstart door vervallen wetsvoorstellen opnieuw in te dienen.
Bij politieke wisselingen was dat laatste geen vanzelfsprekendheid. Toen het kabinet-Kuyper in 1905 bijvoorbeeld niet door kon, gingen veel van zijn wetgevingsplannen van tafel. Alleen een Wet op het arbeidscontract (in 1904 ingediend) kwam vrij snel tot stand. Het was overigens het enige belangrijke wetgevende resultaat van het kabinet-De Meester; een kabinet dat geen lang leven was beschoren. Tijdens het Interbellum was de continuïteit veel groter, al waren er twee perioden (1926-1929 en 1933-1937) waarin samenwerkende partijen besloten controversiële onderwerpen te laten rusten.
Na 1945 konden kabinetten veel meer voortbouwen op wat er al lag. Dat was zeker het geval tijdens de kabinetten-Drees, die steunden op zeer ruime Kamermeerderheden. Maar ook toen er een einde kwam aan 'rooms-rood' (KVP-PvdA) betekende dat niet dat met alles herbegonnen moest worden. Na de breuk in december 1958 kwam, nog onder het interimkabinet-Beel, de Weduwen- en Wezenwet tot stand. De behandeling van voorliggende wetsvoorstellen, zoals de Wet op het lager onderwijs ('Mammoetwet') ging gewoon door. Veel wetsvoorstellen van het kabinet-Den Uyl bereikten onder Van Agt I het Staatsblad. Wel was er uiteraard vaak sprake van andere accenten en aanpassingen via nota's van wijziging.
Een belangrijke factor was altijd personele continuïteit. Ondanks coalitiewisselingen gingen bewindslieden regelmatig door, soms zelfs op dezelfde post. Cals (Onderwijs) en later Veldkamp (Sociale Zaken) waren daar voorbeelden van. Het buitenlands beleid werd zelfs bijna twintig jaar in grote mate bepaald door minister Luns. In latere perioden waren er vaker wisselingen. Van het kabinet-De Jong bleef alleen Lardinois op dezelfde post. Na het kabinet-Biesheuvel gold dat voor de ministers Van Agt en Boersma. In Van Agt I ging alleen minister Van der Stee door. Na Paars bleef alleen Benk Korthals minister, maar op een ander ministerie.
Langdurige ministerschappen (even afgezien van premier Rutte) zijn dan ook zeldzamer geworden. Zalm was tussen 1994 en 2007 een uitzondering. Onder Rutte keerden ministers wel soms terug (Schippers), maar niet altijd op dezelfde post (Donner, Kamp). Bij het kabinet-Schoof was de breuk het grootst. Zelfs ministeriële ervaring ontbrak toen nagenoeg. Het kabinet-Jetten heeft in Van Weel en Heinen twee ministers die hun portefeuille behielden.
Zoals eerder gesteld is beleid om problemen aan te pakken een proces dat steeds wordt voortgezet. Er is bovendien een ambtelijk apparaat dat voor continuïteit zorgt. Minister Van den Brink kon verder met voorstellen van het kabinet-Schoof (denk aan implementatie van het Asiel- en Migratiepact en de wet over het tweestatusstelsel). En er liggen bovendien nog de nodige wetsvoorstellen van het vierde kabinet-Rutte.1) Deze week werden in de Tweede Kamer voorstellen van dat kabinet aanvaard. Hoe snel 'draden' weer worden opgepakt en of daaraan dan weer (lang) gesleuteld moet worden, is aan het zittende kabinet.
In die zin is honderd dagen een zeer relatieve periode en zegt het aantal tot nu toe ingediende wetsvoorstellen weinig. Dat gold en geldt overigens voor ieder kabinet. Hoewel de continuïteit is afgenomen, blijft het een sterke factor in de Nederlandse politiek. Dat is een enigszins geruststellende gedachte.
1) Genoemd kunnen worden Wet kind, draagmoederschap en afstemming, verhoging strafmaxima mensensmokkel, Wet internationalisering in balans, Introductie Alcoholmeter, Belastingstelsel micro- kleine en middelgrote ondernemingen.