Limburgse molenaarszoon die na zijn studie in Wageningen snel carrière maakte in de agrarische wereld. Als voorzitter van de Noordbrabantse boerenbond nam hij in de KVP-fractie een machtige positie in. Minister van Landbouw en Visserij in de kabinetten-De Jong en -Biesheuvel. Verdedigde zowel in Brussel als in Den Haag onbewimpeld de belangen van 'zijn' boeren. Had volgens Klompé te veel een rechts gezicht. Was in de ministerraad steeds tegen verlangens van de vakbeweging en voor hard optreden tegen ongeregeldheden. Als minister en Europees commissaris (1973-1977) medevormgever van het Europese landbouwbeleid, dat in zijn tijd met grote overschotten te maken had. Doelgericht man, die autoritair optreden met bonhomie combineerde. Sloot zijn loopbaan af als hoofddirecteur van de Rabobank.