Tweede Kamercommissies en hun voorzitters
Inhoud
Huidige commissievoorzitters
In onderstaande tabel zijn de commissievoorzitters ten tijde van het kabinet-Schoof te zien.
In onderstaande tabel zijn de commissievoorzitters ten tijde van het kabinet-Schoof te zien.
Sinds 1951 wordt meestal een informateur benoemd bij de aanvang van een kabinetsformatie. De informateur onderzoekt de mogelijkheden om een formatie te vormen. Benoeming van een informateur gebeurt ook vaak als er een tussentijdse crisis is ontstaan.
Informateurs zijn vaak politici die niet direct actief zijn in de politiek, maar het kunnen ook relatieve buitenstaanders zijn. Het gaat wel bijna steeds om ervaren politici.
Een burgemeester is een door de Kroon (de Koning en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) benoemde gemeentebestuurder, die lid en voorzitter is van het College van burgemeester en wethouders in een gemeente. De burgemeester heeft een belangrijke rol bij de beleidsvorming in een gemeente en heeft daarnaast speciale verantwoordelijkheid voor de openbare orde. De burgemeester is het gezicht van de gemeente. In 2018 is de Kroonbenoeming uit de Grondwet gehaald, maar de Gemeentewet is nog niet gewijzigd.
Voor zowel leden van de Eerste als Tweede Kamer is het mogelijk om nevenfuncties te hebben naast het Kamerlidmaatschap. Er is echter een groot verschil in hoe dit ingevuld kan worden. Eerste Kamerleden besteden gewoonlijk slechts één dag per week aan de werkzaamheden in de Eerste Kamer. Zij hebben hierdoor voldoende tijd om ernaast een ander beroep uit te oefenen. Het Eerste Kamerlidmaatschap wordt soms zelfs gezien als nevenfunctie naast andere werkzaamheden.
Hoewel voorzitter van de Eerste Kamer een belangrijke functie is, waren het nooit vooraanstaande politici die dat ambt bekleedden. In 1914 was er enige tijd sprake van dat Abraham Kuyper voorzitter zou worden, maar zijn doofheid verhinderde dat. Piet Steenkamp was weliswaar bekend, maar hij was dat vooral geworden als informateur in 1971 en als oprichter en eerste voorzitter van het CDA. Minister of Tweede Kamerlid was hij echter nooit.
In 1953 trad Anneke de Waal aan als eerste vrouwelijke staatssecretaris. Ze vervulde de portefeuille van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen onder minister J.M.L. Th. Cals in het tweede kabinet-Drees (1952-1956). De eerste vrouwelijke minister was Marga Klompé. Zij werd pas in 1956 benoemd tot minister van Maatschappelijk Werk. Lange tijd zat er slechts één vrouw in het kabinet.
Tweede Kamervoorzitter is een belangrijke functie, zowel vanwege het belang van een geordende gang van zaken in het parlement, meer in het bijzonder tijdens debatten, als vanwege de rol als vertegenwoordiger van de Kamer. Onder de voorzitters die de Tweede Kamer heeft gehad, zijn zowel bekende als minder bekende politici. Sommigen verwierven echter juist door dat voorzitterschap prestige. Welke andere bijzonderheden zijn er te melden?
Vrouwen kregen in Nederland in 1917 het grondwettelijke recht om gekozen te worden. Een jaar later, in 1918, werd Suze Groeneweg als eerste vrouw gekozen in de Tweede Kamer. Sindsdien is het aandeel vrouwen in de Nederlandse politiek toegenomen, maar de politiek heeft nooit structureel voor de helft uit vrouwen bestaan.
Het hoogleraarschap is al lang een belangrijke rekruteringsbron voor het ministerschap. Een van onze eerste ministers (van onderwijs), J.H. van der Palm, was hoogleraar in Leiden, in de dichtkunst en welsprekendheid.
Een gekozene is niet verplicht zijn zetel in te nemen en het is meer dan eens voorgekomen dat iemand afzag van de Tweede Kamerzetel. In de regel ging het na verkiezingen hoogstens om één of twee personen, die daar meestal om persoonlijke redenen van af zagen.
In 2002 ging het om meerdere kandidaten. Onder de personen die hun benoeming niet aannamen, waren enkele bekende politici, onder wie vier lijsttrekkers.