Afsplitsing Geert Wilders (2004)
Met de Puttianen werden sympathisanten aangeduid van de liberale politicus I.D. Fransen van de Putte. Het ging om een klein aantal Tweede Kamerleden, onder wie P.A.S. van Limburg Brouwer en F.W.C. Blom Zij stonden tegenover de grotere groep Thorbeckianen. De informele groep bestond tussen 1866 en ca. 1871.
In de periode 2012-2017 hebben zeven PVV-Kamerleden (Hero Brinkman, Marcial Hernandez, Wim Kortenoeven, Jhim van Bemmel, Louis Bontes, Roland van Vliet en Joram van Klaveren) de PVV-fractie verlaten.
In 1897 werd in het district Schoterland G.L. van der Zwaag uit Gorredijk tot Tweede Kamerlid gekozen. Hij was lid van de Socialistenbond, maar in de Tweede Kamer was hij een 'Vrije Socialist".
Meer over
In januari 1922 ontstond in de VDB een conflict over de kandidaatstelling. De zittende leden Teenstra en Van Beresteyn vreesden door een te lage plaats niet herkozen te zullen worden. Zij verweten die lage plaats vooral aan Oud en indirect aan fractievoorzitter Marchant.
In de loop van de negentiende eeuw waren er steeds meer drie liberale stromingen te onderscheiden: een vooruitstrevende (vrijzinnig-democraten), een conservatieve (oud- of vrij-liberalen) en een middengroep, die zich in 1885 verenigde in de Liberale Unie. In de Kamers traden de oud-liberalen vrijwel zonder enige organisatie op en er was dus geen afzonderlijke fractie.
De Amsterdamse liberaal Abraham Staalman verliet op 14 maart 1929 de fractie van de Vrijheidsbond uit onvrede over de hem toebedeelde plaats op de kandidatenlijst 1929. De 'eenmansfractie' bestond tot de 17 september 1929.
Hij sloot zich aan bij de Middenpartij voor Stad en Lande.
Meer over
J.E.W. Duijs trad in november 1935 uit de SDAP-fractie na een langdurig conflict met de partijleiding onder meer over zijn standpunten, waarbij hij steeds meer afstand nam van zijn partij. Duijs manier van optreden lokte felle reacties van het partijbestuur uit.