Staten-Generaal 1814-1815

In 1814 werd een uit één Kamer bestaande Staten-Generaal ingesteld, die als medewetgever optrad en een beperkt budgetrecht had. Anders dan in de Staten-Generaal vóór 1795 vertegenwoordigden de afgevaardigden het gehele Nederlandse volk. Zij waren niet langer gedeputeerden van hun provincie en zij stemden anders dan in de 'oude' Staten-Generaal zonder last (opdracht) en ruggespraak (overleg). Hun titel was 'Edel Mogende Heeren'.

Labels

Comité te Lande (1795-1798)

Het Comité tot de Algemene Zaken van het Bondgenootschap te Lande (Comité te Lande) bestond tussen 4 maart 1795 en 16 februari 1798. Het had tijdens de Bataafse Republiek zowel voorbereidende en uitvoerende als rechtsprekende taken. Het Comité was de opvolger van de Raad van State uit de tijd van de Republiek der Verenigde Nederlanden.

Staatsraad 1805-1806

De Staatsraad was het adviescollege van de raadpensionaris (R.J. Schimmelpenninck). De Staatsraad begon op 29 april 1805 haar werkzaamheden. Over alle voorstellen van wet moest, voordat ze werden ingediend bij het Wetgevend Lichaam, door de Staatsraad advies worden gegeven. Bij een negatief advies moest in overleg worden getreden met de secretarissen van staat (ministers).

De Staatsraad telde acht leden, die vooral deskundig waren op financieel-administratief gebied.

Abonneer op