Parlementaire geschiedschrijving
Parlementaire geschiedenis is een bijzonder onderdeel van de algemene vaderlandse geschiedenis. De definitie ervan kan ruim worden genomen, maar strikt beschouwd betreft het alleen beschrijving van wat er in het parlement (Tweede en Eerste Kamer) heeft plaatsgevonden. Als specialistisch vak heeft het in die zin feitelijk een beperkte plaats in de Nederlandse geschiedschrijving. Slechts één instituut, het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis in Nijmegen, richt zich vrijwel volledig op parlementaire geschiedschrijving in strikte zin.
Regeerakkoord 1971
Het regeerakkoord van 1971 omvat de afspraken gemaakt tussen regeringspartijen KVP, CHU, ARP en VVD, en vormde de basis voor het kabinet-Biesheuvel I. Centraal stond een halt toeroepen aan de stijging van lonen de de inflatie.
Dit waren een aantal van de belangrijkste beleidspunten uit het regeerakkoord:
Kabinetsformatie 1972
Na de val van het kabinet-Biesheuvel werd gepoogd om de breuk met DS'70 alsnog te lijmen. Na een financiële meevaller riep premier Biesheuvel zelfs nog de hulp in van Ynso Scholten om DS'70 aan boord te houden. Toen dit niet bleek te lukken, ging het kabinet-Biesheuvel officieel door als demissionair kabinet, met als belangrijkste taak verkiezingen uit te schrijven. In de praktijk gedroeg het zich echter als missionair kabinet.
Kabinetsformatie 1971
Hoewel de verkiezingsuitslag van 1971 anders deed vermoeden (het zeteltal van de coalitie liep terug van 86 naar 74 zetels), stevende de kabinetsformatie van dat jaar direct af op de voortzetting van de zittende coalitie van KVP, VVD, ARP en CHU. Wel was DS'70 nodig was om aan een parlementaire meerderheid te komen.
Regeerakkoord 1981
Het regeerakkoord van 1981 omvat de afspraken gemaakt tussen regeringspartijen CDA en PvdA en vormde de basis voor het kabinet-Van Agt II. Centraal stonden het terugdringen van het begortingstekort en het bestrijden van de werkloosheid.
Dit waren een aantal van de belangrijkste beleidsafspraken uit het regeerakkoord:
Kabinetsformatie juni 1982 (zomerkabinetje)
Na de val van het kabinet-Van Agt II benoemde de koningin Piet Steenkamp tot informateur, om een lijmpoging te kunnen ondernemen. De informateur concludeerde na twaalf dagen dat herstel van het kabinet niet meer mogelijk was, waarop de koningin demissionair Dries van Agt vroeg een 'rompkabinet' van CDA en D66 te formeren. Na vijf dagen slaagde hij daarin.
Regeerakkoord 1982
Het regeerakkoord van 1982 omvat de afspraken gemaakt tussen regeringspartijen CDA en VVD en vormde de basis voor het kabinet-Lubbers I. Dit regeerakkoord telde 88 pagina's. Centraal in het akkoord stond de werkloosheid krachtig te bestrijden, de overheidsfinanciën terug te dringen en de economie weer aan te praat te krijgen.
Dit waren een aantal van de belangrijkste beleidsafspraken uit het regeerakkoord:
Stadhouder
De stadhouder was de voornaamste hoogwaardigheidsbekleder en hoogste gezagsdrager in de (Noord-)Nederlandse provinciën. Hij was echter geen soeverein, maar dienaar van de Staten. De stadhouder had een belangrijke stem bij benoemingen en de combinatie met militaire functies (kapitein-generaal en admiraal-generaal) versterkte zijn positie. Tevens had hij als adviseur toegang tot de Staten-Generaal.
Kabinetsformatie 1982
Het kabinet-Lubbers I kwam tot stand na onderhandelingen tussen de respectievelijk tweede en derde partij, het CDA en de VVD. Op 8 september 1982 waren er Tweede Kamerverkiezingen gehouden.