Kabinetscrisis 1966: de Nacht van Schmelzer
Er zijn verschillende manieren om een kabinet te typeren. Kan een kabinet rekenen op de steun van een meerderheid van de Tweede Kamer dan spreken we van een meerderheidskabinet. Is dat niet het geval dan wordt het kabinet aangeduid als een minderheidskabinet.
Een wet in formele zin is een gezamenlijk besluit van de regering en Staten-Generaal volgens een grondwettelijke procedure. Wetten in materiële zin zijn besluiten van daartoe bevoegde organen die algemeen verbindende voorschriften bevatten en hoeven niet noodzakelijk afkomstig te zijn van regering en Staten-Generaal gezamenlijk. Zo kunnen bijvoorbeeld algemeen verbindende voorschriften worden uitgevaardigd door de regering (algemene maatregel van bestuur) of door een minister (ministeriële regeling).
Ministers kunnen vanwege ziekte tijdelijk uitgeschakeld zijn. Ook kunnen vakantie of verblijf in het buitenland waarneming door een collega nodig maken. De minister kan dan tijdelijk vervangen worden. Daarvoor wordt door ieder kabinet een vervangingsregeling opgesteld.
Ook als een minister tussentijds aftreedt, komt er meestal een tijdelijke vervanger. Dat is als regel een andere zittende minister.
Opvattingen over verantwoordelijkheden van de overheid en hierop aansluitend de regering verschillen tussen personen en ontwikkelen zich in de loop van de tijd. De regering heeft in ieder geval een besturende en handhavende taak. De Grondwet, internationale verdragen en het soort onderwerpen dat in de ministerraad wordt besproken geven een ruwe indicatie wat in de praktijk zoal de verantwoordelijkheden van de regering zijn.
In de negentiende eeuw verschoof de macht van de Koning naar de ministers, die verantwoording moesten afleggen aan het parlement. Tevens werd collectieve besluitvorming in de ministerraad geïntroduceerd.
Aan het eind van de negentiende eeuw deed de minister-president, als voorzitter van de ministerraad, zijn intrede. Deze heeft in de twintigste eeuw een steeds sterkere positie in het kabinet gekregen.
We spreken van een coalitie als twee of meer partijen in de Tweede Kamer het kabinet steunen. Dat is nodig omdat het kabinet het vertrouwen van de Tweede Kamer moet hebben om goed te kunnen functioneren. Dat noemt men het parlementair stelsel. De bewindslieden in een kabinet zijn afkomstig uit de partijen die de coalitie vormen. In Nederland worden meestal coalities gevormd met een ruime meerderheid in de Tweede Kamer.
Regeringsprogramma's en regeerakkoorden hebben gemeen dat schriftelijk het voorgenomen beleid van een toekomstig kabinet wordt vastgelegd. Een regeringsprogramma kan ter goedkeuring voorgelegd worden aan de coalitiefracties, maar dit is niet strikt noodzakelijk.
Als een regeringsprogramma aan alle coalitiefracties ter goedkeuring is voorgelegd, deze fracties akkoord zijn gegaan en er ook 'handtekeningen' van de fractievoorzitters van de coalitie onder staan, heet het regeringsprogramma een regeerakkoord.
Moties zijn uitspraken van de Tweede of Eerste Kamer, die door één of meer Kamerleden worden voorgesteld. Een motie wordt vaak gebruikt om een conclusie van een debat of een actiepunt voor een minister (of staatssecretaris) vast te leggen. Moties komen veel voor bij de bespreking van regeringsnota's en -notities in de Tweede Kamer.
De Tweede Kamerleden doen hun werk vooral in commissies. In een commissie houdt een groep Kamerleden zich bezig met een beleidsterrein of met een specifiek onderwerp. Vrijwel alle Kamerleden zijn lid van een of meer commissies. Voor specifieke onderwerpen stellen commissies soms werkgroepen in.