Regeringsprogramma 1959
Het regeringsprogramma van 1959 omvat de afspraken gemaakt tussen regeringspartijen KVP, VVD, ARP en CHU en vormde de basis voor het kabinet-De Quay.
Het regeringsprogramma van 1959 omvat de afspraken gemaakt tussen regeringspartijen KVP, VVD, ARP en CHU en vormde de basis voor het kabinet-De Quay.
Het kabinet-De Quay kwam na de verkiezingen van 1959 vrij moeizaam tot stand. De drie christelijke partijen kozen onder leiding van informateur Beel (KVP) wel snel voor hun coalitiepartner (de VVD) en het opstellen van het programma ging eveneens vlot.
Het regeerakkoord van 1963 omvat de afspraken gemaakt tussen regeringspartijen KVP, CHU, ARP en VVD, en vormde de basis voor het kabinet-Marijnen. Het is het eerste regeerakkoord dat werd afgesloten. Voor 1963 werden er regeringsprogramma's afgesloten.
De Zijlstranorm was een begrotingsnorm waarbij de ruimte voor nieuwe overheidsuitgaven of belastingverlagingen werd berekend aan de hand van de trendmatige ontwikkeling van de belastinginkomsten, uitgaande van een bepaald aanvaardbaar geacht financieringstekort. Conjuncturele schommelingen van de belastingopbrengsten hadden (althans in theorie) geen invloed op dit structurele begrotingsbeleid. Mee- en tegenvallers werden opgevangen in het financieringstekort (of -overschot).
De uitslag van de verkiezingen van 1963 leek te wijzen op voortzetting van het centrumrechtse bewind, maar de PvdA was aanvankelijk eveneens in beeld als regeringspartner. Informateur Romme kwam met een aantal zogeheten 'bouwstenen', die als basis moesten dienen voor een regeerakkoord. KVP-fractievoorzitter De Kort werd daarna benoemd tot formateur.
Het regeerakkoord van 1965 omvat de afspraken gemaakt tussen regeringspartijen KVP, PvdA, ARP en vormde de basis voor het kabinet-Cals. Centraal stonden verhoogde uitgaven, voornamelijk wat betreft investeringen in bijvoorbeeld onderwijs, infrastructuur, recreatievoorzieningen en economische activiteiten.
Dit waren een aantal van de belangrijkste beleidspunten uit het regeerakkoord:
Na de crisis over de omroepkwestie benoemde koningin Juliana KVP-fractievoorzitter Norbert Schmelzer tot informateur. Hij moest kijken of herstel van de coalitie mogelijk was. Schmelzer concludeerde dat het geschil tussen de coalitiepartijen over de omroep niet was op te lossen.
Nadat de Tweede Kamer in de Nacht van Schmelzer de motie-Schmelzer had aangenomen, bood het kabinet-Cals zijn ontslag aan. KVP'er Norbert Schmelzer werd vervolgens belast met de formatie. In eerste instantie probeerde hij een overgangskabinet te vormen met steun van de ARP, de KVP en enkele buitenstaanders.
Het regeerakkoord van 1967 omvat de afspraken gemaakt tussen regeringspartijen KVP, CHU, ARP en VVD, en vormde de basis voor het kabinet-De Jong. Centraal stond het beheersen van de overheidsfinanciën.
Dit waren een aantal van de belangrijkste beleidspunten uit het regeerakkoord: