Kabinetsformatie 2021

De formatie van het Nederlandse kabinet in 2021 begon na de bekendmaking van de voorlopige uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart. Doel is het vormen van een kabinet dat kan rekenen op voldoende steun van de Tweede Kamer en zo tot een gezamenlijk beleid kan komen. Dat betekent niet dat de coalitie per se uit een meerderheid zal bestaan: er zal ook door samenwerking in de beide Kamers gezocht moeten worden met partijen die geen deel uitmaken van de coalitie.

De formatie kende een rommelige start. Tussen 18 maart en 2 april traden er twee duo's op als verkenners, die zonder eindverslag hun taken moesten neerleggen. Op 6 april besloot de Kamer om Herman Tjeenk Willink aan te stellen als informateur. Diens eindrapport verscheen op 30 april. Mariëtte Hamer nam vervolgens het stokje over, maar zij concludeerde in haar eindverslag op 2 september dat een meerderheidscoalitie ver uit zicht leek. Zij werd opgevolgd door Johan Remkes, die op 30 september eindverslag uitbracht. Voortzetting van de bestaande coalitie werd nu wel mogelijk geacht. Na een Tweede Kamerdebat kregen Remkes en Wouter Koolmees op 5 oktober de opdracht die mogelijkheid te onderzoeken.

Naast het onderzoeken van de mogelijkheid tot het vormen van een coalitie van VVD, D66, CDA en ChristenUnie, moeten Remkes en Koolmees verkennen of andere fracties betrokkenheid willen tonen bij de ontwikkeling van het financieel kader, de bestuurscultuur en onderdelen van het regeerprogramma. In een latere fase zouden ook bewindspersonen uit andere partijen toe kunnen treden.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Overzicht

Datum

Wat

Wie

Tot en met

Dagen

17 maart 2021

Tweede Kamerverkiezingen

     

18 maart 2021

Benoeming verkenners

Annemarie Jorritsma (VVD) en Kajsa Ollongren (D66)

25 maart 2021

8

25 maart 2021

Benoeming nieuwe verkenners

Tamara van Ark (VVD) en Wouter Koolmees (D66)

2 april 2021

8

2 april 2021

Beëindiging taken verkenners

De Tweede Kamer besluit dat er een nieuwe informateur moet komen

6 april 2021

4

6 april 2021

Benoeming informateur

Herman Tjeenk Willink

30 april 2021 (verschijnen eindrapport informateur)

24

 

Tussenfase

   

12

12 mei 2021

Benoeming informateur

Mariëtte Hamer

22 juni 2021 (verschijnen eindrapport informateur Tjeenk Willink)

41

23 juni 2021

Benoeming nieuwe opdracht informateur:

schrijven aanzet tot regeerakkoord (VVD en D66)

Mariëtte Hamer

16 augustus 2021 (vakantie onderhandelaars 16 juli tot 14 augustus)

55

17 augustus

2021

 

Hervatting formatiegesprekken op basis van

een door VVD en D66 opgestelde proeve van een regeerakkoord

Mariëtte Hamer

 

2 september 2021 (verschijnen eindrapport informateur Hamer)

16

 

Tussenfase

     

7 september 2021

Benoeming informateur

Johan Remkes

30 september 2021 (verschijnen eindrapport informateur Hamer)

28

5 oktober 2021

Benoeming informateurs

Johan Remkes en Wouter Koolmees (D66)

   

2.

Verloop verkenning

Aanvankelijk werden Annemarie Jorritsma (VVD) en Kajsa Ollongren (D66) benoemd tot verkenners. Op 25 maart bleek Ollongren besmet te zijn met het coronavirus. Tijdens een haastig vertrek van het Binnenhof toonde zij per ongeluk gevoelige documenten aan persfotografen, waarna de verkenners genoodzaakt waren hun taak te beëindigen. Tamara van Ark (VVD) en Wouter Koolmees (D66) volgden hen op als verkenners.

Op 1 april moesten de oud-verkenners Jorritsma en Ollongren in een debat uitleg geven aan de Kamer. Hierbij werden op aanvraag van de Kamer de stukken en verslagen van de fractievoorzitters met Jorritsma en Ollongren openbaar gemaakt. Hierna ontstond een vertrouwenscrisis toen uit een aantekening van de verkenningsgesprekken bleek dat Mark Rutte (VVD) met de oud-verkenners toch over toenmalig CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt gesproken had. Rutte had dit eerder ontkend.

De VVD-leider verdedigde zich en zei dat hij het gesprek 'achteraf verkeerd herinnerd had'. Het debat van 1 april leidde tot een herziening van het formatieproces waarbij ook de taak van Van Ark en Koolmees beëindigd werd. De verkenners hebben geen verslag uitgebracht aan de Tweede Kamer, aangezien hun taak al voortijdig werd beëindigd.

3.

Verloop informatie

Een belangrijke uitkomst van het debat op 1 april, dat doorging tot in de nacht van 2 april, was het besluit van de nieuwe Tweede Kamer om een informateur te zoeken die 'gezaghebbend en onafhankelijk is', met geruime afstand van de dagelijkse politiek. De Tweede Kamer besloot op 6 april om Herman Tjeenk Willink aan te stellen als informateur.

Informateur Tjeenk Willink (6 april 2021 - 30 april 2021)

De opdracht van Tjeenk Willink was te bekijken op welke wijze vorming van een kabinet kon plaatsvinden en hier binnen drie weken rapport over uit te brengen. De Kamer heeft een motie aangenomen dat al zijn gesprekken met fractievoorzitters bij dat verslag worden gevoegd en openbaar worden gemaakt.

Deze opdracht van Tjeenk Willink werd onderbroken toen RTL Nieuws op 21 april naar buiten bracht dat de ministerraad in 2019 naar alle waarschijnlijkheid met opzet informatie over de kinderopvangtoeslagenaffaire had achtergehouden. Dit leidde tot een nieuwe vertrouwenscrisis en uiteindelijk tot de openbaarmaking van notulen van de ministerraad van 2019. Hierop volgde op 29 april een Kamerdebat over informatievoorziening van het kabinet aan de Tweede Kamer rondom de toeslagenaffaire. Demissionair minister-president Mark Rutte benadrukte tijdens het debat dat er geen politieke opzet was om gevoelige informatie over de toeslagenaffaire achter te houden, en ondanks hevige kritiek van de oppositie schaarden de coalitiefracties zich achter het kabinet.

In vervolg hierop heeft Tjeenk Willink op 30 april zijn eindverslag aangeboden aan de Tweede Kamervoorzitter. Hierin concludeert hij dat de inhoudelijke formatie kan gaan beginnen, ondanks het 'gevoel van ongemak' dat heerst over de onderlinge verhoudingen. Hij stelt voor een informateur te benoemen met afstand tot de actuele politiek en de partijen en met een breed, sociaaleconomisch profiel. Die zou moeten inventariseren welke problemen als eerste moeten worden opgelost en hoe dat zou kunnen. Op basis daarvan kan duidelijk worden welke partijen aan de oplossingen voor deze problemen willen bijdragen en mogelijk een coalitie willen vormen. Het coalitieakkoord zou dan beperkt moeten blijven tot hoofdlijnen.

Informateur Mariėtte Hamer (1) (12 mei 2021 - 22 juni 2021)

Op 12 mei werd in de Tweede Kamer gedebatteerd over het eindverslag van Tjeenk Willink. Hierbij hebben Mark Rutte (VVD) en Sigrid Kaag (D66) een motie ingediend waarbij zij SER-voorzitter Mariėtte Hamer voorstelden als nieuwe informateur. Deze motie werd gesteund door een meerderheid van de Kamer. Hamer had de opdracht om, op basis van de bevindingen van haar voorganger en van de Kamer, inhoudelijk te werk te gaan en overeenstemming te zoeken bij de partijen over economisch herstel en een transitiebeleid. In haar opdracht stond dat ze op 6 juni een verslag moet uitbrengen, maar op vrijdag 4 juni gaf zij aan dat die datum te ambitieus was. Zij vroeg daarom uitstel.

Zij onderzocht ook welke partijen bereid zijn om onderhandelingen over een coalitieakkoord daadwerkelijk te gaan starten. Doordat diverse partijen elkaar (of een combinatie) uitsloten, kon daarover geen akkoord worden bereikt.

Op 22 juni bood informateur Hamer haar verslag van de periode vanaf 12 mei aan Kamervoorzitter Vera Bergkamp aan.

Informateur Mariėtte Hamer (2) (23 juni 2021 - 2 september 2021)

De informateur adviseerde Mark Rutte en Sigrid Kaag een aanzet tot een regeerakkoord te laten schrijven en de meerderheid van de Kamer stemde hier tijdens het Kamerdebat op 23 juni mee in. Deze aanzet van een concept regeerakkoord werd aanvankelijk in de week van 14 juli verwacht. In die week bleek het formatieproces pas na de zomerpauze te worden voortgezet, omdat de onderhandelaars op 16 juli met vakantie gingen.

Op 16 augustus rondden Mark Rutte en Sigrid Kaag hun proeve van een regeerakkoord af, op basis waarvan de formatiegesprekken met mogelijke coalitiepartijen vanaf 17 augustus werden voortgezet. Op 31 augustus bleek dat zowel een coalitie met de PvdA en GroenLinks als een coalitie met de ChristenUnie niet op steun konden rekenen van zowel CDA, VVD, als D66.

Daarom zag informateur Hamer geen heil in verdere onderhandelingen onder haar leiding en presenteerde zij op donderdag 2 september haar eindverslag. Daarin adviseerde zij dat er een informateur van VVD-huize zou moeten komen die coalitieonderhandelingen gaat begeleiden om een minderheidscoalitie van VVD, CDA en D66 te bereiken. Deze minderheidscoalitie zou vervolgens een constructieve en vruchtbare samenwerking moeten zoeken met de Staten-Generaal. Deze samenwerking zou dan vooral met de ChristenUnie, PvdA en GroenLinks gezocht moeten worden.

Over het verloop van de onderhandelingen onder haar leiding velde Hamer een vrij hard oordeel, omdat de kans op een meerderheidscoalitie uit zicht verdween. Zij stelde dat het zeer onbevredigend was dat partijen nog steeds politieke blokkades opwierpen, terwijl die blokkades vanuit het perspectief van de inhoud niet nodig waren. Zo bleven de VVD en het CDA een coalitie met de PvdA en GroenLinks samen blokkeren, en bleef D66 de ChristenUnie als partner verwerpen. GroenLinks en de PvdA hielden elkaar op hun beurt nog steeds vast. Ook het conceptregeerakkoord op hoofdlijnen, dat door VVD en D66 in de zomer was opgesteld, heeft hierin geen verandering gebracht.

Informateur Johan Remkes (7 september 2021 - 5 oktober 2021)

Op dinsdag 7 september debatteerde de Tweede Kamer over het eindverslag van Hamer waarin zij adviseerde om uit een te bepalen combinatie van VVD, D66 en CDA een minderheidskabinet te vormen. Johan Remkes werd tijdens dit debat benoemd tot de nieuwe informateur. Hij kreeg de taak om de mogelijkheden voor een minderheidskabinet te onderzoeken.

Op 28 september concludeerde hij echter dat het vormen van een minderheidskabinet van VVD, D66 en CDA er niet in zit. Daarom volgt er een zoektocht naar andere vormen van samenwerking. Een belangrijke optie die Remkes daarom ging onderzoeken was de vorming van een extraparlementair kabinet. Als dat niet slaagde, zouden nieuwe verkiezingen boven de markt hangen.

Met die nieuwe verkiezingen in het achterhoofd, gingen partijen alsnog overstag en werden verschillende blokkades opgeheven. VVD, D66, CDA en ChristenUnie (de partijen die ook Rutte III vormden) gaven aan met elkaar aan onderhandelingen te willen beginnen. Zodoende leek een meerderheidskabinet toch in zicht. In zijn eindrapport concludeerde Remkes op 30 september dan ook dat er één of twee informateurs aangesteld zouden moeten worden die een kabinet met deze vier partijen zou/zouden moeten onderzoeken. Daarbij is de mogelijkheid dat ministers van andere partijen tot het kabinet toetreden niet uitgesloten.

De Tweede Kamer deelde op 5 oktober in meerderheid de conclusie van de informateur. Enkele partijen bepleitten tevergeefs nieuwe verkiezingen.

Informateur Johan Remkes en Wouter Koolmees (5 oktober 2021 - heden)

De Tweede Kamer stemde op dinsdag 5 oktober in met de aanstelling van Johan Remkes en Wouter Koolmees als informateurs, na afloop van het debat over het eindverslag van Remkes. Op basis van het eindverslag kregen zij de opdracht om de mogelijkheid tot het vormen van een kabinet uit VVD, D66, CDA en ChristenUnie te onderzoeken.

Hierbij moet in acht genomen worden dat de fracties van de PvdA, GroenLinks, Volt, SGP en de fractie Den Haan tijdens de beginfase van de coalitieonderhandelingen de mogelijkheid wordt geboden om zich uit te spreken over het financieel kader, de bestuurscultuur en onderdelen van het regeerprogramma. In een latere fase zouden zij bewindspersonen kunnen leveren. Daarnaast moeten de informateurs onderzoeken of het beoogde kabinet ook constructief kan samenwerken met andere fracties.

4.

Mogelijke coalities

In de onderstaande tabel staan mogelijke coalities voor het volgende kabinet. Voor een meerderheid zijn 76 van de 150 zetels in de Tweede Kamer nodig. In de Eerste Kamer zijn 38 van de 75 zetels nodig voor een meerderheid. Samenwerking met de PVV en FVD wordt door veel andere partijen uitgesloten.

 

Partijen in coalitie

Aantal zetels TK

Aantal zetels EK

Meerderheidsopties

   

VVD, D66, CDA, PvdA, GroenLinks, CU

93

46

VVD, D66, CDA, PvdA, Groenlinks

89

42

VVD, D66, CDA, ChristenUnie

77

32

VVD, D66, CDA, PvdA

81

34

VVD, D66, CDA, GroenLinks

80

36

VVD, D66, PvdA, GroenLinks, ChristenUnie

80

37

VVD, D66, CDA, JA21

75

36

VVD, D66, CDA, Volt

75

28

D66, CDA, PvdA, SP, GroenLinks, PvdD, ChristenUnie

75

41

     

Minderheidsopties

   

VVD, CDA

48

21

VVD, D66

58

19

VVD, D66, CDA

72

33

VVD, D66, PvdA, GroenLinks

75

33

D66, CDA, PvdA, Groenlinks, ChristenUnie

60

34

D66, CDA, PvdA, SP, GroenLinks

64

34

5.

Uitleg (in)formatieproces

De informateur leidt de onderhandelingen tussen partijen die kans zien samen een kabinet te vormen. Die onderhandelingen gaan in eerste instantie over het regeerakkoord en kunnen lang duren. Als de onderhandelingen slagen, worden de kabinetsposten verdeeld. Als dat niet het geval is, rapporteert de informateur dat aan de Kamer. Er volgt dan een Kamerdebat, waarin een besluit wordt genomen over de volgende fase. Eerst moet dan bekeken worden welke combinatie dan wel kans maakt. Dat zal als regel door een informateur gebeuren.

Als de richting bekend is, komt er opnieuw een informateur, die de nieuwe onderhandelingen leidt (dit proces kan zich dus meermalen herhalen). Als er een akkoord is over het regeerakkoord en de zetelverdeling en ook de betrokken fracties akkoord zijn, volgt het eindverslag en een Kamerdebat daarover. Daarin wordt besloten tot aanstelling van een formateur.

De formateur nodigt de kandidaat-bewindspersonen uit, waarbij de betrokken partijen kandidaten (1 per post) voorstellen. De formateur meldt vervolgens aan de Tweede Kamervoorzitter wanneer haar/zijn poging is geslaagd. Bij sommige partijen beslist een congres over het eindresultaat.

De aangezochte bewindslieden onderschrijven in de constituerende vergadering het regeerakkoord en maken nadere afspraken (bijvoorbeeld over competenties). Als dit proces voltooid is kan de beėdiging van de nieuwe ministers plaatsvinden. Zittende ministers hoeven echter niet opnieuw te worden beėdigd als ze weer plaatsnemen in het kabinet. Hierna vindt de portefeuille-overdracht plaats.

Het afleggen van de regeringsverklaring en het debat daarover vormt de afsluiting van het formatieproces.


Meer over