Procedure ambtsmisdrijven

Leden van de Staten-Generaal worden, net als ministers en staatssecretarissen, bij het plegen van ambtsmisdrijven berecht door de Hoge Raad. De opdracht voor vervolging moet worden gegeven bij koninklijk besluit of bij besluit van de Tweede Kamer. Dat staat in artikel 119 van de Grondwet. Een ambtsmisdrijf is bijvoorbeeld schending van vertrouwelijkheid of het open staan voor omkoping.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Vervolging

Strikt genomen bestaat er geen wettelijke regeling voor vervolging. Het Wetboek van Strafvordering bepaalt sinds 1921 echter in artikel 483, tweede lid, dat daarvoor gebruik kan worden gemaakt van de procedure uit de Wet ministeriële verantwoordelijkheid uit 1855. In 2018 is wet aangenomen om de wetgeving enigszins te moderniseren.

In 1934 merkte het liberale Tweede Kamerlid Knottenbelt in het voorlopig verslag over de begroting 1934 (hoofdstuk I) niettemin op: "Een wet op de verantwoordelijkheid der leden van de Staten-Generaal is thans [helaas] dringend noodig." Hij had toen overigens het oog op vervolging van Kamerleden die zich in strijd met hun eed revolutionair uitlieten.

De afzonderlijke regeling voor parlementsleden moet ervoor zorgen dat niet te lichtzinnig wordt overgegaan tot vervolging. Anders dan bij andere gerechtelijke procedures is er geen mogelijkheid tot hoger beroep.

Overigens kent het reglement van orde van de Tweede Kamer een eigen sanctieregeling voor het geval de vertrouwelijkheid is geschonden.

2.

Immuniteit

Leden van de Staten-Generaal, ministers, staatssecretarissen en andere personen die deelnemen aan parlementaire debatten kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij daar zeggen of voor wat ze aan het parlement schrijven. Dit heet parlementaire immuniteit of onschendbaarheid.


Meer over



© PDC Informatie Architectuur - Alle rechten voorbehouden