Kabinetsformatie 1972

Na de val van het kabinet-Biesheuvel werd gepoogd om de breuk met DS'70 alsnog te lijmen. Na een financiële meevaller riep premier Biesheuvel zelfs nog de hulp in van Ynso Scholten om DS'70 aan boord te houden. Toen dit niet bleek te lukken, ging het kabinet-Biesheuvel officieel door als demissionair kabinet, met als belangrijkste taak verkiezingen uit te schrijven. In de praktijk gedroeg het zich echter als missionair kabinet. Vandaar dat het soms kabinet-Biesheuvel II wordt genoemd.

Premier Biesheuvel verklaarde al snel dat het regeerakkoord van 1971 als leidraad zou dienen, zonder de politiek gevoelige dossiers aan te snijden. Hoewel in theorie het kabinet in de Tweede Kamer een minderheid had, kreeg het in de praktijk gedoogsteun van DS'70 en kleine rechtse partijen.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Verloop van de formatie

Informatie-Biesheuvel

Na de val van zijn kabinet kreeg Biesheuvel eerst van de Koningin de opdracht te onderzoeken of wel echt zakelijke en politieke redenen aan de crisis ten grondslag hadden gelegen. Immers, dagenlange marathonvergaderingen waren aan de crisis voorafgegaan. Hadden irrationele factoren als moeheid en irritatie niet voor de breuk gezorgd? Biesheuvel riep de ministerraad bijeen, maar de breuk bleek definitief.

Formatie-Biesheuvel

Vervolgens consulteerde de Koningin pas de gebruikelijke adviseurs. Kamerontbinding en -verkiezingen leken onontkoombaar. Biesheuvel werd formateur van een minderheidskabinet dat de voorbereiding voor verkiezingen als belangrijkste taak had.

Door een plotselinge financiële meevaller was de breuk misschien toch niet zo definitief als eerder werd gedacht. Biesheuvel vroeg een adviseur, de CHU'er Ynso Scholten, te lijmen, maar dat mislukte. Pas daarna besloot Biesheuvel met zijn ploeg zonder DS'70 als minderheidskabinet verder te gaan. De DS'70-staatssecretarissen werden niet vervangen. Udink, op Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, neemt Verkeer en Waterstaat er bij en Van Veen wordt tevens belast met Wetenschapsbeleid en Wetenschappelijk Onderwijs.

Aangezien het kabinet als belangrijkste taak had nieuwe verkiezingen uit te schrijven, bleef een uitgebreid regeerakkoord uit. Zij bleef voortborduren op het regeerakkoord van 1971.

2.

Betrokken personen

De formateur

B.W. (Barend) Biesheuvel

ARP-voorman, minister van Landbouw en premier. Afkomstig uit Haarlemmerliede en net als Colijn een boerenzoon. Kwam via de Christelijke boeren- en tuindersbond in de Kamer, waarvan hij al snel een gerespecteerd lid was. Werd in 1963 minister van Landbouw en Visserij en vicepremier. Na een mislukte poging een kabinet te vormen in 1967 fractievoorzitter. Pleitbezorger van christendemocratische samenwerking. In 1971 alsnog premier van een instabiel kabinet. Behaalde in november 1972 met zijn partij een goed verkiezingsresultaat, maar verdween korte tijd later vrij geruisloos uit de politiek toen zijn partij aanstuurde op een kabinet met de PvdA. Charismatisch en populair in eigen kring. Harde werker, pragmatisch maar ook soms humeurig. Werd vanwege zijn lange gestalte (bijna twee meter) 'mooie Barend' genoemd.

De adviseur

Y. (Ynso) Scholten

Uit de advocatuur afkomstige CHU-politicus. Staatssecretaris van onder meer kunsten in het kabinet-De Quay die toen een Monumentenwet en een nieuwe Archiefwet tot stand bracht. Had toen ook bemoeienis met de mogelijke komst van commerciële omroep. Werd in 1963 minister van Justitie in het kabinet-Marijnen en zorgde voor een nieuwe wettelijke regelingen voor de kansspelen en voor het toelaten van vreemdelingen. Verbood in 1964 de tv-uitzendingen vanaf het REM-eiland in de Noordzee. Verliet in 1965 de politiek, maar trad in 1972 nog wel op als bemiddelaar na de val van het kabinet-Biesheuvel. Zoon van de hoogleraar Paul Scholten. Pragmatisch politicus en bekwame jurist.

De fractievoorzitters bij de onderhandelingen

F.H.J.J. (Frans) Andriessen

Vooraanstaande christendemocraat van katholieken huize. Kwam in 1967 voor de KVP in de Kamer nadat zijn vader die had verlaten. Als voormalige directeur van een instituut voor de bouw aanvankelijk woordvoerder volkshuisvesting. Volgde in 1971 Veringa op als partijleider toen deze onverwacht moest aftreden vanwege gezondheidsproblemen. Leidde de KVP-Tweede Kamerfractie tijdens het kabinet-Den Uyl, waaraan hij kritisch, maar ook loyaal steun gaf. In 1977 maakte hij bezwaar tegen het ontwerp-regeerakkoord met de PvdA en werd hij door die partij afgewezen als kandidaat voor Economische Zaken. In het eerste kabinet-Van Agt dat na de mislukte formatie-Den Uyl werd gevormd, was hij minister van Financiën. Trad af, omdat hij vond dat er meer bezuinigd moest worden. Nadien Europees Commissaris voor handelspolitiek en landbouw. Pragmatisch politicus.

H. (Hans) Wiegel

Voorman en prominent lid van de VVD. Bevorderde in de periode 1971-1982 als (jeugdig) partijleider door een op de middengroepen en geschoolde arbeiders gerichte koers de groei van zijn partij. Zette zich sterk af tegen het kabinet-Den Uyl. Uitstekend debater en raspoliticus die optimaal gebruikmaakte van de media. Kon het goed vinden met CDA-leider Van Agt en werd in diens kabinet in 1977 vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken. Werd in 1982 Commissaris van de Koningin in Friesland, maar bleef lang een vooraanstaande rol in zijn partij spelen. Stapte later over naar de organisatie van zorgverzekeraars en werd senator. Zijn tegenstem in de Eerste Kamer tegen het correctief referendum veroorzaakte in 1999 een korte kabinetscrisis. Hoffelijke man, die feitelijk vrij verlegen is en een afkeer heeft van scherpslijperij. Geniet graag van een goed glas en goede maaltijd.

W. (Wim) Aantjes

Bevlogen christendemocratisch politicus. Was afkomstig uit een hervormd-gereformeerd milieu uit de Alblasserwaard en behoorde aanvankelijk tot de rechtervleugel van de ARP. Als voorman van de bouwondernemers woordvoerder volkshuisvesting en daarnaast woordvoerder PTT-zaken. Werd in 1971 na de vorming van het kabinet-Biesheuvel fractievoorzitter, maar schoof op naar links en bevorderde de komst van het kabinet-Den Uyl. Stond aarzelend tegenover de vorming van het CDA, omdat hij vreesde dat de (progressieve) evangelische grondslag niet verzekerd was. Behoorde als fractieleider ten tijde van het eerste kabinet-Van Agt tot de loyalisten. Trad af als Kamerlid vanwege onthullingen over zijn oorlogsverleden. Werd later grotendeels gerehabiliteerd toen erkend werd dat zijn versie van dat verleden juist was geweest.

A.D.W. (Arnold) Tilanus

De 'jonge' Tilanus. Net als zijn vader partijvoorzitter en fractievoorzitter van de CHU. Aanvankelijk huisarts en daarna officier van gezondheid. Later actief in het maatschappelijk werk in Gelderland. Rustige en gematigde politicus met oog voor sociale noden. Voorstander van de christendemocratische samenwerking. Werd in 1973 als politiek leider opgevolgd door de strijdbaarder oud-staatssecretaris Kruisinga, nadat de CHU buiten het kabinet-Den Uyl was gebleven. Bleef wel tot 1977 'gewoon' Kamerlid. Speelde een belangrijke rol bij de plannen voor nieuwbouw van de Tweede Kamer.

J.J.A. (Jan) Berger

PvdA- en DS'70-bestuurder en politicus, 'politiek dier' bij uitstek. Was afkomstig uit de kring van het NVV. In de jaren vijftig en zestig een deskundig PvdA-Tweede Kamerlid op het gebied van de sociale wetgeving, die een belangrijk aandeel had in de totstandkoming van de naoorlogse sociale wetgeving. In 1965 burgemeester van Groningen, maar in 1971 afgetreden om Tweede Kamerkandidaat van DS'70 te worden. Werd, nadat Drees jr. minister was geworden, fractievoorzitter. Was in 1972 niet bij machte om een kabinetscrisis, die werd toegeschreven aan de opstelling van de DS'70-ministers, te voorkomen. Verliet in 1975 de politiek na een conflict met Drees jr. over de koers van de partij. Goed, humoristisch spreker, die zich vaak van anekdotes bediende. Charmant in de omgang, maar ook krachtig als bestuurder.

De vaste adviseurs van de Koningin

M. (Maarten) de Niet

Integere en energieke bestuurder en Eerste Kamervoorzitter van hervormden huize, die zich als senator vooral bezighield met het buitenlands beleid. Stond daarbij vaak tegenover minister Luns, met name bij het Nieuw-Guineabeleid. Kende 'de Oost' uit een vooroorlogse periode als zendingsconsul. Was in de oorlog geïnterneerd in een Jappenkamp. Zette zich als burgemeester van Wageningen in voor versterking van de positie van de Landbouwhogeschool. Rechtlijnig denkend man die met een zware basstem enigszins bars zijn mening nooit onder stoelen of banken stak. Hij had opvallend weinig gevoel voor decorum en was afkerig van frivoliteiten.

F.J.F.M. (Frans-Joseph) van Thiel

Bekende en populaire katholieke Tweede Kamervoorzitter in de jaren zestig. Hij vervulde dat ambt op vaderlijke wijze met veel (Brabantse) humor, tact en soepelheid. Tijdens zijn voorzitterschap vonden de 'Nacht van Schmelzer' en de discussies over de 'Drie van Breda' plaats. Onder zijn voorzitterschap werd bovendien de werkwijze van de Kamer gemoderniseerd en werd het Kamerwerk dichter bij de burgers gebracht (televisie-uitzendingen, hoorzittingen). Was afkomstig uit een Helmondse ondernemersfamilie. Werd in 1952 in het kabinet-Drees III de eerste minister van Maatschappelijk Werk en keerde in 1956 terug in de Tweede Kamer, waarvan hij namens de KVP eerder al vier jaar deel had uitgemaakt.

L.J.M. (Louis) Beel

Katholieke staatsman. Eén van de belangrijkste politici van na 1945. Begon zijn loopbaan als gemeenteambtenaar. In 1945 werd hij minister van Binnenlandse Zaken en als zodanig speelde hij een voorname rol bij de naoorlogse zuiveringen. Was als premier en Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon een vooraanstaande figuur in het moeizame proces van dekolonisatie. Voorstander van militair optreden (politionele acties) tegen de Republiek Indonesia. Na terugkeer uit Indië hoogleraar en in 1951 weer minister van Binnenlandse Zaken en in het kabinet-Drees III tevens vicepremier. Had een goede band met Drees. In de jaren vijftig en zestig als (in)formateur betrokken bij de vorming van diverse kabinetten, vooral van centrumrechtse signatuur. Belangrijk adviseur en vertrouweling van koningin Juliana. Gezagvol, inventief en doortastend politicus, die vaak als regelaar en 'bruggenbouwer' fungeerde. Ook een wat dorre jurist. Had als bijnaam 'de Sfinx'.


Meer over