Het initiatief was aan mr. S. van Houten - Thorbecke aarzelde (1871)
Dit is een artikel in de serie Wandelingen door de Handelingen, een kijkje in de Nederlandse parlementaire geschiedenis aan de hand van spraakmakende debatten.
Dit is een artikel in de serie Wandelingen door de Handelingen, een kijkje in de Nederlandse parlementaire geschiedenis aan de hand van spraakmakende debatten.
Dit is een artikel in de serie Wandelingen door de Handelingen, een kijkje in de Nederlandse parlementaire geschiedenis aan de hand van spraakmakende debatten.
Dit is een artikel in de serie Wandelingen door de Handelingen, een kijkje in de Nederlandse parlementaire geschiedenis aan de hand van spraakmakende debatten.
Dit is een artikel in de serie Wandelingen door de Handelingen, een kijkje in de Nederlandse parlementaire geschiedenis aan de hand van spraakmakende debatten.
Dit is een artikel in de serie Wandelingen door de Handelingen, een kijkje in de Nederlandse parlementaire geschiedenis aan de hand van spraakmakende debatten.
Als uitvloeisel van het recht op inlichtingen, waarover alle individuele Kamerleden beschikken, kennen Tweede en Eerste Kamer het vragenrecht. Met dit recht kunnen alle leden, behalve tijdens de debatten en de schriftelijke behandeling van (wets)voorstellen, vragen stellen aan de regering. Hiervoor hebben ze, in tegenstelling tot bij het recht van interpellatie, geen verlof van de Kamer nodig.
Op 9 februari 1946 werd de Partij van de Arbeid opgericht. De Partij bestaat in 2026 tachtig jaar. De PvdA is enkele malen de grootste partij van het land geweest en haalde bij verschillende verkiezingen een derde van alle zetels.
De PvdA heeft altijd een sterke internationale oriëntatie gehad. Dat bleek zowel uit haar betrokkenheid bij de Europese samenwerking en ontwikkelingssamenwerking. Lange tijd steunde de PvdA ook volop het Atlantisch bondgenootschap, maar in de periode na 1965 was zij daarover kritischer.
Onder invloed van de maatschappelijke onrust in de jaren zestig werd de PvdA lange tijd een ferm pleitbezorger van democratisering. Behalve de opkomst van D66 speelde ook interne ontwikkelingen een belangrijke rol. Teleurstelling over het functioneren van het kabinet-Cals en over de - in de ogen van veel PvdA'ers door de KVP bewust veroorzaakte - voortijdige val, leidde tot een radicalisering van de PvdA.
Tot het midden van de jaren zestig was de PvdA een tamelijk gezagsgetrouwe partij, die weinig op had met maatschappelijke onrust. Dit kwam in belangrijke mate voort uit angst voor het communistische gevaar, zowel nationaal als internationaal. PvdA-voormannen als Vorrink en Vermeer behoorden tot de felste anticommunisten. Daarnaast was de wederopbouw gebaat bij maatschappelijke rust.