Leiding vanuit de Tweede Kamer

19 oktober 2012, column J.Th.J. van den Berg

Al eens eerder heb ik op deze plek*) betoogd dat de gedachte dat ‘vroeger politieke leiders in de Tweede Kamer bleven’ berust op een historisch misverstand. Voor en na de Tweede Wereldoorlog zijn leiders van alle partijen geneigd geweest om toe te treden tot het kabinet. De grote uitzondering was de katholieke partij, voor de oorlog de RKSP en na 1945 de KVP. Van die partijen bleef de leider inderdaad in de Kamer, maar niet uit beginsel. Mgr. dr. W.H. Nolens deed het, omdat hij priester was en kerk noch collega’s prijs stelden op een minister die priester was. Zijn jonge opvolger van de jaren dertig, C.M.J.F. Goseling, werd wel minister. De naoorlogse chef, C.P.M. Romme bleef inderdaad in de Tweede Kamer, omdat hij zich daar uiteindelijk ook meer thuis voelde.

Naast de katholieken hebben ook de liberalen wel gekozen voor leiderschap vanuit de Tweede Kamer. In recente jaren gold dat voor mr. F. Bolkestein die tijdens het eerste paarse kabinet fractievoorzitter bleef. Eerder had mr. P.J. Oud er ook voor gekozen in de Kamer te blijven, toen de VVD in 1948 toetrad tot het kabinet-Drees I. Dat leverde nog een daverend conflict op met zijn partijgenoot-minister, D.U. Stikker, in 1951 over de dekolonisatie. Dat deed Oud niet van gedachten veranderen, toen in 1959 de VVD opnieuw ging deelnemen aan een kabinet, nu onder leiding van dr. J.E. De Quay.

Sociaaldemocraten hebben bij uitstek een traditie, waarbij de politieke leidsman als het even kan toetreedt tot het kabinet en de fractievoorzitter in de Tweede Kamer optreedt als ‘filiaalhouder’. Toen de SDAP in 1939 voor het eerst deelnam aan een kabinet, sprak het vanzelf dat ir. J.W. Albarda, toen de leidsman, toetrad tot het kabinet, tezamen met oud-vakbondsman J. van den Tempel. Formateur De Geer had het bij Van den Tempel willen laten, maar de SDAP eiste twee zetels in het kabinet op en een plek daarin voor de chef.

De politieke leider van de sociaaldemocraten is steeds deel gaan nemen aan het kabinet: dat gold voor Drees vanaf 1946 tot 1958 en nadien voor ir. A. Vondeling (1965-1966), J.M. den Uyl (1973-1977 en 1981-1982), W. Kok (1989-2002). Ook voor Wouter Bos (2007-2010), hoewel hij als eerste had geaarzeld. Tot zijn tijd was er in de partij geen enkele twijfel over waar de leider thuis hoorde. Het hoort bij de traditie van de sociaaldemocratie om ministers te zien als de ‘frontsoldaten’ van de partij en te geloven dat men daar het meest betekent voor zijn aanhangers. Het werk in het parlement is van groot belang en het kan ook kleur geven aan de eigen overtuigingen van de partij, maar het ‘echte werk’ is de deelname aan de dagelijkse besluitvorming. Dat geldt tot op grote hoogte ook voor de gemeentelijke democratie: het ideaal is het wethouderschap.

Voor de Partij van de Arbeid zou het dus iets heel nieuws worden, als Diederik Samsom geen deel gaat uitmaken van het kabinet als vicepremier, maar fractievoorzitter blijft in de Tweede Kamer. Voor een sociaaldemocraat ‘wiens handen jeuken’ zou dat nogal een besluit zijn. Toch loont het de moeite het experiment te ondernemen en het leiderschap uit te oefenen vanuit de Tweede Kamer.

Het geeft Samsom een grotere handelingsvrijheid dan het ministerschap en het geeft vooral gelegenheid de eigen politieke overtuiging kleur en karakter te geven. Sociaaldemocraten hebben toch al de lichte neiging bestuurlijke compromissen uit te leggen als de ideale uitkomst, maar dat is slechts zelden het geval. Een fractievoorzitter loopt dat risico allicht wat minder dan een minister.

Het grote gevaar van een coalitie van sociaaldemocraten en liberalen is dat deze leidt tot een klimaat van depolitisering. Dat heeft VVD en PvdA in 2002 dramatisch opgebroken. De beste manier om dat klimaat tegen te gaan is om als leider van de ‘junior-partner’ van de coalitie in de Kamer te blijven. Oud en Bolkestein hebben bewezen dat het kon, toen zij leiding gaven aan de VVD. Het kan geen kwaad van liberalen te leren, als het de missie van de sociaaldemocratie ten goede komt.

*) Zie: ’Leiders van vroeger’, 10 april 2009



Andere recente columns