Bestuurlijke indeling

Bij de bestuurlijke organisatie van Nederland onderscheiden we drie bestuurslagen. Dat zijn rijk, provincie en gemeente. Deze indeling vloeit voort uit artikel 123 van de Grondwet. Waterschappen, die alleen specifieke taken uitoefenen bij het waterbeheer, behoren wel tot de bestuurlijke organisatie, maar vormen geen aparte bestuurslaag. Ook 'Europa' wordt soms wel als een aparte (vierde) bestuurslaag aangeduid.

Op basis van de Kaderwet bestuur in verandering en een aanpassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR-plus) werden in 1995 regionale besturen in stadsgewesten gevormd. In 2006 werden deze stadsregio's omgevormd tot Plusregio's, waarin gemeenten rond grote steden samenwerken op het gebied van onder meer wonen, verkeer en vervoer, werken en stedelijk groen. Ze zijn in 2015 echter afgeschaft.

Er is al ruim vijftig jaar een discussie gaande over herziening van de bestuurlijke organisatie, waarbij met name de positie van grote(re) steden van belang is. Er zijn partijen die pleiten voor het afschaffen van provincies en het sterk vergroten van gemeenten via gemeentelijke herindeling. In 2013 kwam minister Plasterk met een voorontwerp over de samenvoeging van Flevoland, Noord-Holland en Utrecht, maar dat verdween een jaar later van tafel.

1.

Historische ontwikkeling

De bestuurlijke indeling kreeg feitelijk al in de Bataafs-Franse tijd zijn huidige vorm. Er kwam toen, anders dan in de tijd van de Republiek der Verenigde Nederlanden, een centralistische staat, met daaronder landsdelen (departementen, later provincies) en gemeenten. Bij gemeenten bestond aanvankelijk nog een onderscheid tussen steden en plattelandsgemeenten.

In 1848 legde Thorbecke als minister de grondslag voor de huidige bestuurlijke indeling en taakafbakening. Hij bracht in 1850 en 1851 de Provinciewet en de Gemeentewet tot stand. We spreken daarom ook wel over 'het Huis van Thorbecke'.

In de jaren vijftig van de vorige eeuw werden aanzetten gegeven om te komen tot een nieuwe bestuurslaag tussen provincie en rijk in stedelijke agglomeraties. Ook werden enkele (pre-)gewesten gevormd, bijvoorbeeld in het Gooi. Van 1965 tot 1986 bestond het Openbaar Lichaam Rijnmond, een samenwerkingsverband van Rotterdam en omliggende gemeenten dat over belangrijke bevoegdheden beschikte. In de regio Eindhoven bestond in de periode 1976-1986 eveneens een dergelijk openbaar lichaam.

Minister De Gaay Fortman kwam in 1976 met een plan voor een nieuwe provinciale indeling, waarbij het aantal provincies naar 24 zou gaan. In 1981 diende minister Wiegel een plan in tot splitsing van de provincie Zuid-Holland. Deze voorstellen werden later weer ingetrokken.

Hierna volgden na uitbrenging van het rapport van de Commissie-Montijn in 1989 aanzetten om het bestuur rond steden te versterken. Dit leidde in 1994 tot de Kaderwet bestuur in verandering en de WGR+. Het eerste kabinet-Kok diende tevens voorstellen in voor vorming van de Stadsprovincies Rotterdam, Amsterdam en Den Haag. Na negatief uitgevallen referenda in Rotterdam en Amsterdam blokkeerde het parlement deze voorstellen. Wel kwamen er op basis van de Kaderwet en de WGR+ stadsregio's. Dergelijke regio's kwamen er ook rond Utrecht, Eindhoven, Arnhem-Nijmegen en Heerlen, en in Twente.

Ook nadien zijn diverse adviezen uitgebracht over de bestuurlijke organisatie (commissies-Kok, -Van Aartsen, - Lodders en -d'Hondt). In 2010 deed de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) een voorstel om tot een definitieve uitkomst van de discussies te komen. Met de afschaffing van de Plus-regio's door het tweede kabinet-Rutte is de situatie van vóór 1965 teruggekeerd. Er zijn echter nog wel samenwerkingsverbanden rond steden, met name op het gebied van openbaar vervoer.