Liberale Unie, vooruitstrevende kamerclub, vrijzinnig-democratische kamerclub, VDB
functie(s) in de periode 1881-1908: lid Tweede Kamer, minister, Griffier Tweede Kamer
Personalia
voornamen (roepnaam)
Jacob Dirk
titulatuur en naam
Mr. J.D. Veegens Jacob Dirk
geboorteplaats en -datum
's-Gravenhage, 22 januari 1845
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 27 december 1910
levensbeschouwing
Nederlands Hervormd
Partij/stroming
stroming(en)
Takkiaan, 1894
partij(en)
- Liberale Unie, tot februari 1901
- VDB (Vrijzinnig-Democratische Bond), vanaf 17 maart 1901
lid tussentijds gevormde fractie(s)
- Kiesrecht-Kamerclub, van 21 september 1893 tot maart 1984
- Vooruitstrevend-Liberale Kamerclub, van 16 mei 1894 tot 21 september 1897
- Vrijzinnig-Democratische Kamerclub, van 22 september 1897 tot maart 1901
Hoofdfuncties/beroepen
- procureur te Brielle, van 25 augustus 1867 tot mei 1874
- parlementair redacteur, dagblad "Het Vaderland", van 1869 tot 31 december 1872 (tevens correspondent van andere dagbladen, o.a. "Zutphensche Courant")
- advocaat en procureur te Brielle, van 1872 tot 1874 (compagnon van H.Ph. de Kanter)
- procureur te 's-Gravenhage, van 6 mei 1874 tot november 1881
- advocaat te 's-Gravenhage, van 1879 tot november 1881
- griffier Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 november 1881 tot 2 mei 1888
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 2 mei 1888 tot 20 maart 1894 (voor het kiesdistrict Groningen)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1894 tot 21 september 1897 (voor het kiesdistrict Groningen)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 24 september 1897 tot 17 september 1901 (voor het kiesdistrict Hoogezand)
- minister van Landbouw, Handel en Nijverheid, van 9 september 1905 tot 12 februari 1908
- minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid ad interim, van 3 maart 1906 tot 1 juli 1906 (tijdens reis naar Chili van minister Kraus)
- minister van Waterstaat ad interim, van 1 juli 1906 tot 13 juli 1906
Partijpolitieke functies
overzicht
- ondervoorzitter Kiesrecht-Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 september 1893 tot 20 maart 1894
- ondervoorzitter Vooruitstrevend-Liberale Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1894 tot 21 september 1897
- ondervoorzitter vrijzinnig-democratische Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 september 1897 tot maart 1901
Nevenfuncties
- medewerker "Weekblad van Voorne, Putten, Overflakkee en Goedereede"
- redacteur tijdschrift "De Gids" (met name sociaal-politieke onderwerpen), vanaf 1872
- lid Comité ter bespreking van de Sociale Questie, vanaf 1873
- redactiesecretaris en medewerker weekblad "Vragen des Tijds", van 1874 tot 1885
- voorzitter Comité voor Algemeen Stemrecht, van 18 mei 1879 tot november 1881
- secretaris parlementaire enquêtecommissie inzake de exploitatie van de Spoorwegen, van 1882 tot 1883
- secretaris parlementaire enquêtecommissie toestand in fabrieken en werkplaatsen, van 1886 tot 1887
- lid Staatscommissie inzake de arbeidsenquête, van 1890 tot 1894
- lid Staatscommissie tot onderzoek van de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee (Staatscommissie-Lely), van 1892 tot 14 april 1894
- lid Staatscommissie van enquête omtrent het spoorwegpersoneel, van 20 april 1903 tot 14 januari 1904 (ingesteld na de Spoorwegstaking 1903)
- lid Raad van Toezicht op de Spoorwegdiensten, vanaf 1904
- lid Raad van Defensie, van 8 mei 1908 tot 27 december 1910
afgeleide functies, presidia etc.
- lid Commissie voor Huishoudelijke aangelegenheden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 7 mei 1888 tot 17 september 1901
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk V (Binnenlandse Zaken) 1893 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1895 tot mei 1896
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor het wetsontwerp wijziging en aanvulling van de Militiewet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 1 maart 1898 tot 1 juni 1898
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1898 tot september 1898
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1898 tot februari 1899
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1899 tot september 1899
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1899 tot maart 1900
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1900 tot november 1900
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1901 tot april 1901
- (tijdelijk) secretaris van de ministerraad (kabinet-De Meester), van 3 maart 1906 tot 14 juli 1906 (tijdens afwezigheid van minister Kraus)
Opleiding
primair onderwijs
- lagere school te 's-Gravenhage
voortgezet onderwijs
- gymnasium te 's-Gravenhage
academische studie
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 26 september 1862 tot 28 juni 1869
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak in de Tweede Kamer over uiteenlopende zaken, zoals volkshuisvesting, handel, nijverheid, binnenlandse zaken en pensioenen
opvallend stemgedrag
- Behoorde in december 1888 tot de zes liberalen die vóór een (verworpen) motie-Schepel stemden over een verschuiving van indirecte naar directe belastingen
- Behoorde in 1889 tot de zes liberalen die vóór een (verworpen) motie-Domela Nieuwenhuis stemden tot afkeuring van het uitblijven van wetgeving om de belastingdruk voor lagere klassen te verminderen
- Behoorde in 1891 tot de 14 leden die voor een (verworpen) voorstel-Van der Feltz stemden om de behandeling van de ontwerp-Krijgswet voort te zetten en daarmee door te gaan tot de verkiezingen
- Stemde in 1896 tegen de ontwerp-Kieswet van Van Houten
- Behoorde in 1897 tot de vier liberalen die tegen de ontwerp-Financieele Verhoudingswet tussen het Rijk en de gemeenten stemden
- In oktober 1900 stemden hij en Kerdijk als enige liberalen tegen de ontwerp-Ongevallenwet
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Diende in 1906 een wetsvoorstel in tot wettelijke verzekering van werklieden enz. tegen geldelijke gevolgen van ziekte en bevalling. Dit wetsvoorstel bleef onafgedaan.
- Diende in 1907 een wetsvoorstel in tot wettelijke verplichting van werklieden om zich en hunne weduwen te verzekeren tegen geldelijke gevolgen van ouderdom. Dit wetsvoorstel bleef onafgedaan.
- Diende in 1907 een wetsvoorstel in tot aanleg van een gedeelte van de afsluiting der Zuiderzee en indijking en doorgmaking van de Wieringermeer. Het wetsvoorstel werd in 1913 ingetrokken.
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1907 samen met minister De Meester de Wet tot afschaffing van de tienden tot stand. Op grond van deze wet werden negen tienddistricten ingesteld met een Tiendcommissie. Deze commissies werden belast met de afwikkeling van en schadeloosstelling voor tiendrechten.
- Bracht in 1907 een wetje tot stand waarbij subsidie van 3 miljoen gulden werd gegeven voor de oprichting van de Koninklijke Hollandse Lloyd
Wetenswaardigheden
algemeen
- Werd in september 1898, 1899 en 1900 als tweede op de voordracht voor het voorzitterschap van de Tweede Kamer geplaatst
- Was als minister tevens belast met Arbeidsaangelegenheden (sociale zekerheid)
uit de privésfeer
- Jaargenoot van H.Ph. de Kanter, A.P. de Lange en F.S. van Nierop
- In 1871 medeoprichter van het Comité ter bespreking der Sociale Quaestie
- In 1875 medeoprichter van de Antidienstvervangingsbond
verkiezingen
- Werd in 1888 in het district Amsterdam na herstemming verslagen
- Versloeg in 1888 in het district Groningen A. Brummelkamp (arp) na herstemming
- Versloeg in 1894 A. Brummelkamp (arp)
- Versloeg in 1897 A. Wiersinga (arp) na herstemming
- Werd in 1901 in de eerste verkiezingsronde verslagen door K. ter Laan (sdap) en R.J.W. Rudolph (arp)
woonplaats(en)/adres(sen)
- 's-Gravenhage, tot 1867
- Brielle, van 1867 tot 1874
- 's-Gravenhage, 1874
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 26 augustus 1887
Publicaties van/over
lijst van publicaties
- "De banken van leening in Noord-Nederland tot het einde der achttiende eeuw" (dissertatie, 1869)
- "Politieke gedachten van een leek", in: "De Gids" (1873)
- "Overdreven bedachtzaam", in: "De Gids" (1873)
- "De wet op het faillissement en de surseance van betaling" (1894) "Schets van het Nederlandsch Burgerlijk Recht", deel I (1903)
- "Schets van het Nederlandsch Burgerlijk Recht", deel II (1909)
literatuur/documentatie
- J.A.A. Bervoets, "Veegens, Jacob Dirk (1845-1910)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 570
- "Het Vaderland", 28-12-1910
- bijblad "Nederlandse Leeuw", deel 7 (1981)
- Onze Afgevaardigden, 1897
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
archivalia
familie-archief Veegens, Nationaal Archief
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
- gehuwd te Brielle, 11 februari 1875 (echtgenote overleden 14 april 1895)
- gehuwd (tweede huwelijk) te 's-Gravenhage, 14 juli 1898
echtgeno(o)t(e)/partner
B.P.W. de Kanter, Benjamina Petronella Willemina
2e echtgeno(o)t(e)/partner
J.S.C. Snakenbroek, Johanna Susanna Catharina
kinderen
2 zoons en 1 dochter (uit tweede huwelijk)
vader
Mr. D. Veegens, Daniël
geboorteplaats en/of -datum
Haarlem, 21 mei 1800
moeder
A.M. van Baalen, Anna Maria
geboorteplaats en/of -datum
Rotterdam (omstreeks 1807)
familierelaties