Conservatief negentiende-eeuws staatsman. Zoon van Gerrit Schimmelpenninck en kleinzoon van Rutger Jan. Was advocaat in Amsterdam en kreeg in 1857 voor de conservatieven zitting in de Tweede Kamer. Speelde een belangrijke rol bij de vorming van het koninklijke kabinet-Van Zuylen van Nijevelt/Heemskerk, waarin hijzelf de post financiën had. Als minister niet erg populair in de Kamer en daarom in 1874 niet voor de tweede keer minister. Later weer Tweede Kamerlid, als één der laatste conservatieven. Vertrouweling van de koning, die hij ook diende als hofdignitaris; goed bekend in de hogere kringen van Den Haag. Verbleef vaak op zijn buiten in Diepenheim, maar was in de Kamer altijd op zijn post. Kleine, gezette man met een enigszins Amsterdams accent.