Staatsman en diplomaat, die als een naaste vertrouweling van koning Willem I en Willem II gold. Was aanvankelijk zakenman, maar werd later hoofd van de Staatssecretarie, het administratieve centrum van de regering, en gezant in Sint Petersburg en Londen. Zat vanaf 1836 tevens in de Eerste Kamer. Werd door Willem II in 1848 naar Nederland gehaald, vooral om Thorbecke buiten het kabinet te houden. Zijn voorstellen voor het invoeren van een Grondwet naar Brits model werden echter door zijn collega's afgewezen, waarop hij ontslag nam. Was na de Aprilbeweging van 1853 nog een jaar Tweede Kamerlid. Zoon van raadpensionairs Rutger Jan.