In juni gingen niet alleen Nederlanders naar de stembus voor een referendum; dat deden, op 12 en 13 juni, ook de Italianen. Althans voorzover zij van hun kerkleiders mochten...
De grondwetgever van 1848 heeft bepaald dat bij herziening van de Grondwet een uitspraak van de kiezers gewenst is. Niet door alle voorstellen direct aan de kiezers voor te leggen, maar door hen een 'grondwetgevende vergadering' te laten kiezen. In 1917 was het overzichtelijk, omdat heel duidelijk was welke kandidaten er voor- of tegenstander van de herziening waren.
In 1840 werd de strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid ingevoerd. Naast de handtekening van de koning, het 'seign', kwam er een contraseign van de minister. De betekenis van die begrippen is nu precies omgekeerd. Een treffende illustratie van de verandere positie van de koning(in) in ons grondwettelijk bestel.
Ingrijpende veranderingen in het staatsbestel komen vaak moeizaam tot stand. In de geschiedenis was het drie keer een dubbeltje op zijn kant. De vraag wat er zou zijn gebeurd als het 'mis' was gegaan, zal dus altijd onbeantwoord blijven. Dat is nu anders.
De geschiedenis van Nederlandse grondwetsontwerpen is een historie van getob, onder andere dankzij gebrek aan overtuigende grondwetsauteurs. Thorbecke en Van Hogendorp zijn de grote uitzonderingen. Een derde grote ontwerper, Pieter Paulus, is nooit zover gekomen: hij overleed op de dag dat zijn ogenblik was gekomen.
Dit is mijn eerste bijdrage in columnvorm aan de website Parlement & Politiek. Het schrijven van een eerste column is ongetwijfeld een minder zware opgave dan het houden van een maidenspeech. Die eerste speech is voor veel Kamerleden immers iets om wakker van te liggen. Daarover zijn aardige anekdotes te vertellen.
Het Europese Grondwetsverdrag, waarover op 1 juni het referendum plaatsvindt, heet al overall "het dikke boek". Dat voorspelt wenig goeds. Al eens eerder vond in nederland een referendum plaats over een "dik boek". Met weinig bemoedigende uitkomst.