Vrouwen in de Eerste Kamer
De Eerste Kamer telt op dit moment 28 vrouwen. Dit aantal is verdeeld over 11 fracties. De SP, SGP, het FVD, 50PLUS en OPNL hebben geen vrouwelijke leden.
De Eerste Kamer telt op dit moment 28 vrouwen. Dit aantal is verdeeld over 11 fracties. De SP, SGP, het FVD, 50PLUS en OPNL hebben geen vrouwelijke leden.
De Tweede Kamer telt op dit moment 65 vrouwen. Dit aantal is verdeeld over twaalf van de vijftien fracties. Namens DENK, SGP en Volt (eenmansfractie) zitten momenteel geen vrouwelijke leden in de Tweede Kamer.
Op 29 maart 1814 keurde een 'Grote Vergadering representerende de Verenigde Nederlanden' het door een commissie ontworpen Grondwet goed. Deze ontwerp-Grondwet was gemaakt door een commissie onder leiding van Gijsbert Karel van Hogendorp.
Van de uit 600 leden bestaande vergadering van notabelen zouden er 474 leden in Amsterdam verschijnen. Van hen stemden slechts 26 leden, vooral katholieken, tegen, zodat het ontwerp met ruime meerderheid werd aangenomen.
Na het decreet van 5 juni 1806 en een tussen Frankrijk en de Bataafse Republiek gesloten verdrag werd het Koninkrijk Holland in het leven geroepen, met aan het hoofd koning Lodewijk Napoleon. Op grond van een grondwet werd wederom een Wetgevend Lichaam ingesteld, dat echter een vrij zwakke positie had en weinig vergaderde.
In plaats van een Vertegenwoordigend Lichaam komt er in 1801 een Wetgevend Lichaam (Wetgevend Lichaam van het Bataafse Gemenebest), dat uit 35 leden bestaat. Dat is een getrapt gekozen nationaal parlement, met beperkte bevoegdheden.
Het Wetgevend Lichaam is ingesteld door een nieuwe Staatsregeling, die op 16 oktober 1801 in werking trad. De Staatsregeling was eerder die maand via een referendum goedgekeurd.
Overeenkomstig de staatsregeling van 1798 werden, na de omwenteling van juni dat jaar, verkiezingen uitgeschreven voor een Vertegenwoordigend Lichaam. Dat nieuwe parlement kwam op 31 juli 1798 voor het eerst bijeen. Het Vertegenwoordigend Lichaam verdeelde zich na eerste bijeenkomst in twee Kamers. De Eerste Kamer telde 64 leden, de Tweede Kamer 30 leden. De leden (representanten) werden aangeduid als 'burger'.
Het Wetgevend Lichaam ten tijde van het bewind van Rutger Jan Schimmelpenninck (1805-1806) bestond uit negentien leden. Het waren deels oude regenten, zoals Six van Oterleek, Van Foreest en Van Styrum, en deels gematigde patriotten, zoals Van Hooff en De Vos van Steenwijk.
De Constituerende Vergadering riep zichzelf op 4 mei 1798 uit tot Vertegenwoordigend Lichaam. Er kwam bovendien een vijf leden tellend Uitvoerend Bewind, bijgestaan door acht agenten (ministers).
De aangelegenheden van Caraïbisch Nederland vallen sinds 1998 onder de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De portefeuille koninkrijksrelaties berust echter vaak bij een staatssecretaris op dat ministerie.
De D66-delegatie in het Europees Parlement telt drie leden. De delegatie maakt deel uit van de fractie Renew Europe, waarin ook de VVD-delegatie is vertegenwoordigd.
De partij is sinds 1979 vertegenwoordigd in het Europees Parlement, met uitzondering van 1984 toen de partij geen zetel wist te behalen. Het hoogst behaalde resultaat van D66 bij de Europese verkiezingen is 4 zetels in 1994 en 2014.