De eerste week van de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie Corona liet vooral zien hoe groot de onzekerheid in de beginfase van de pandemie was. De commissie hoorde getuigen over de eerste signalen, de rol van deskundigen, de positie van het kabinet en de manier waarop de Tweede Kamer haar werk moest blijven doen.
Woensdag werd Oud-Kamervoorzitter Khadija Arib bevraagd over de manier waarop de Tweede Kamer tijdens de crisis haar werk voortzette. Volgens Arib was de Kamer niet voorbereid op een crisis van deze omvang, maar het parlementaire proces moest wel doorgaan. Daarom werd gekozen voor aangepaste werkwijzen, zoals vergaderen met coronamaatregelen en stemmen in kleinere groepen.
Vandaag lichtte Van Dissel zijn rol toe als voorzitter van het Outbreak Management Team. De commissie vroeg hem onder meer naar de advisering in de eerste fase van de pandemie en naar de verhouding tussen het OMT, het kabinet en andere overlegstructuren. Volgens van Dissel richtte het OMT zich op medisch-inhoudelijke advisering en lagen politieke en maatschappelijke afwegingen bij het kabinet.
Meer over: