Duidelijkheid CDA over gewenste coalitie opmerkelijk maar niet uniek

De duidelijke voorkeur die het CDA gisteren uitsprak voor een coalitie met VVD, D66 en GroenLinks is vooral opmerkelijk uit politiek oogpunt. GroenLinks en CDA (en dat geldt in belangrijke mate ook voor D66 en CDA) zijn niet bepaald natuurlijke bondgenoten. Dát het CDA zich uitspreekt, is echter eerder voorgekomen.

In 1986 ging het CDA de verkiezingen in met de leuze 'Laat Lubbers zijn karwei afmaken'. Daarmee werd een voorkeur uitgesproken voor voortzetting van de coalitie van CDA en VVD. De verkiezingsoverwinning van dat jaar zorgde voor een vrij vlotte formatie van het kabinet-Lubbers II

In 2003 had het CDA eveneens een voorkeur voor voortzetting van de coalitie met de VVD (maar dan zonder regeringspartner LPF). De verkiezingsuitslag dwong CDA aanvankelijk tot formatieonderhandelingen met de PvdA, omdat samen met de VVD geen meerderheid was bereikt. Toen die formatie mislukte, kon, met steun van D66, alsnog een kabinet met de VVD worden gevormd.

Ook de partijen waaruit het CDA ontstond, KVP, ARP en CHU, spraken, in weerwil tot wat veelal wordt beweerd, enkele keren een voorkeur uit voor een bepaalde combinatie. In 1972 streefden de drie partijen onder leiding van premier Biesheuvel bijvoorbeeld naar voortzetting van het kabinetsbeleid (met de VVD). Ook toen verhinderde het ontbreken van een meerderheid die mogelijkheid. 

De in oktober 1976 door de eerste lijsttrekker Dries van Agt gedane uitspraak 'Wij maken geen buigingen naar links en wij maken geen buigingen naar rechts' verhinderde niet dat er bij het CDA meestal sprake was (en is) van een voorkeur voor regeren met de VVD. Dat was feitelijk alleen niet het geval na de kabinetscrisis van 1989.

redactie: PDC