De keuze van de lijsttrekker

28 oktober 2016, column J.Th.J. van den Berg

Niet alleen kunnen de leden van de Partij van de Arbeid zich uitspreken over het verkiezingsprogramma (ook dat kunnen zij nu online), zij bepalen ook weer hun keuze voor de lijsttrekker, die het programma aan de man moet brengen. Wie niet in het programma is geïnteresseerd, maar wel in de lijsttrekker kan een maandje lang voor 2 euro lid worden en aan die verkiezing deelnemen.

Dit alles zou allemaal democratischer zijn dan wat wij eerder gewend waren. Dat was dat leden zich in de afdelingsvergadering uitspraken over het programma en de lijsttrekker en dat hun afgevaardigden daarmee aan de slag gingen tijdens een congres. Klinkt allemaal tikkeltje ‘indirect’ en niet sexy, maar om het daarmee ook te weinig democratisch te vinden? Ook nu nog beslist het congres uiteindelijk over het programma. Gek genoeg niet door, zoals vroeger, een zorgvuldig systeem van afvaardiging, maar door naast de afgevaardigden uit de afdelingen ieder belangstellend lid dat langskomt stemrecht toe te kennen.

Zorgvuldigheid is vervangen door spontaniteit: het spontane besluit naar een congres te gaan; het spontane besluit eventjes lid te worden; de spontane persoonlijke voorkeur voor een lijsttrekker. Is dit nu echt zoveel democratischer dan de oude op zorgvuldigheid gerichte procedures?

Dat lijsttrekkersverkiezingen niet zonder gevaar zijn weten wij: in de VVD vond al eens bijna-oorlog plaats tussen Mark Rutte en Rita Verdonk; in D66 idem tussen Alexander Pechtold en Loesewies van der Laan. Bij de daaropvolgende verkiezingen hadden die partijen daar weinig plezier van. En dan het gevecht tussen Jolande Sap, nog maar net politiek leidsvrouw, en Tofik Dibi, dat eindigde in een drama voor GroenLinks in 2012.

In al deze gevallen mochten alleen leden meedoen. Maar, wat te denken van verkiezingen waarbij ook niet-leden of zeer tijdelijke leden meededen zoals bij Labour in Groot-Brittannië. Tot twee keer toe leidde plotselinge en tijdelijke ledengroei tot voorkeur voor Jeremy Corbyn, tot zijn verkiezing een onbetekenend lid van het Lagerhuis met nogal singuliere opvattingen. De Franse socialisten lieten niet-leden meestemmen, wat Franҫois Hollande aan de macht bracht. Of de Fransen daar gelukkiger van zijn geworden?

Politieke leiders, die worden geacht verkiezingen te winnen, zijn er om in eigen kring eenheid tot stand te brengen en die eenheid te personifiëren. Dit is nodig om kiezers te mobiliseren, liefst rond een programma waar enige werfkracht vanuit gaat. Politieke leiders moeten zich daarnaast ten overstaan van de kiezers voor hun optreden kunnen verantwoorden 1). Verkiezingen gaan immers niet alleen over beloften. Moeten daarmee zoveel risico’s worden gelopen?

Zeker, de verkiezing van lijsttrekkers (en van partijvoorzitters) is in de Partij van de Arbeid tot nu toe steeds vreedzaam verlopen: Wouter Bos kwam in 2002 met glans uit een campagne tevoorschijn zonder dat het bebloede koppen had gekost.

Hetzelfde gebeurde in 2012 met de verkiezing van Diederik Samsom 2). Nu riskeert de PvdA iets anders dan bebloede koppen, namelijk het tegendeel: onvoldoende tegenstelling tussen de twee serieus te nemen kandidaten, Diederik Samsom en Lodewijk Asscher. Het wordt tussen die twee een soort beauty contest.

In die zin is het optreden van Jacques Monasch, hoewel overigens nauwelijks serieus te nemen, nog wel van voordeel vanwege het hoge stoorzendergehalte. Door ‘flitsleden’ aan de verkiezing te laten deelnemen, neemt de PvdA echter (zie Groot-Brittannië) het risico dat hij meer wordt dan een stoorzender 3).

Dan hebben wij het nog niet gehad over het stemsysteem van de PvdA. Dat levert altijd een winnaar op met een meerderheid van bijeen getelde eerste, tweede en volgende stemmen. Het is niet bij voorbaat in het voordeel van iemand die de beste is en tegelijk de meest uitgesproken leider. Zo kon de weinig bekende Lilianne Ploumen het partijvoorzitterschap verwerven ten koste van de uitgesproken Jan Pronk; zij werd gelukkig een algemeen aanvaarde voorzitter.

Wie uitgesproken is, heeft doorgaans niet alleen vrienden maar ook vijanden. Die laatsten zullen de geprofileerde kandidaat achteraan zetten, terwijl zij een minder kleurrijke kandidaat veel tweede stemmen leveren. Juist die tweede stemmen geven dan de doorslag.

Allemaal democratischer dan een zorgvuldig voorbereide voordracht door het partijbestuur, door een congres bekrachtigd?

Het roept de vraag op: zou Joop den Uyl ooit een lijsttrekkersverkiezing in de PvdA hebben gewonnen?


  • 1) 
    Zie mijn column van 30 september 2016: ‘Lijsttrekker en verantwoording’.
  • 2) 
    Ook het CDA hield het, in 2012, vreedzaam: Sybrand van Haersma Buma won het daar van vijf concurrenten zonder wanklank. Het betrof hier een zuivere ledenverkiezing.
  • 3) 
    De geleerden zijn het overigens niet eens. Zie de discussie tussen prof. dr. J.M. van Holsteijn en prof. dr. R.A. Koole in Trouw van zaterdag 22 oktober, p. 27 over kiesrecht voor tijdelijke leden en de analyse van redacteur Maaike van Houten in Trouw De Verdieping, eveneens op 22 oktober, ‘Wat doen flitsleden met de PvdA?’


Andere recente columns