Nogmaals, het verdriet van links

13 mei 2016, column J.Th.J. van den Berg

Opiniepeilingen leveren zelden betrouwbare resultaten op. Toch zijn ze niet zonder betekenis. Als men niet te veel op de precieze aantallen let en ze bekijkt over langere termijn, kunnen ze heel aardig de trend weergeven in de publieke waardering. Ipsos is een onderzoeksbureau dat niet alleen periodiek een stand opmaakt, maar ook over langere termijn laat zien hoe de partijen ervoor staan.

Voor de gezamenlijke linkse partijen levert dat opmerkelijke uitkomsten op. In de eerste plaats wordt dan zichtbaar dat de Partij van de Arbeid in 2012 plotseling en kort vóór de Kamerverkiezingen uit een diep dal omhoog schoot om in september 38 zetels te verwerven. Precies de omgekeerde beweging maakte de SP die van ongeveer 27 zetels omlaag dook en op 15 zetels bleef steken. Duiken deed ook GroenLinks, dat er onder leiding van het zelfmoordcommando Sap-Dibi vier overhield.

Wat erop volgde was wel zo interessant, want het verbond met de VVD was er nog niet, of de PvdA zakte weer in glijvlucht naar beneden en de SP en GroenLinks begonnen aan een (aanvankelijk) spectaculaire stijging. Het werd dus duidelijk dat de stem op de PvdA een strategische stem was geweest, voornamelijk uitgebracht in de hoop dat de PvdA als hét alternatief voor VVD en PVV zou optreden; vooral de SP werd er het slachtoffer van. Toen het anders uitpakte, ging de trend weer terug naar de SP, in mindere mate ook naar GroenLinks.

Na 2014 ontwikkelde zich een situatie waarbij de PvdA met ijzeren stabiliteit op 12 tot 13 ‘zetels’ 1) in de peiling bleef staan, maar ook de SP zakte weer terug tot om en nabij 14 ‘zetels’. Alleen GroenLinks begon recentelijk, onder de nieuwe leiding van Jesse Klaver weer te stijgen, maar tot niet meer dan een ‘zetel’ of tien. Belangrijk is vooral dat niet alleen de PvdA tot treurige proporties daalde, maar dat in vergelijking met 2012 geheel Links van 55 naar 38 ‘zetels’ zakte. Met andere woorden, andere partijen van Links zijn niet langer in staat het verlies van de PvdA te compenseren, zoals ze eerder wel deden.

Tot schrale troost voor betrokkenen dient dat de sociaaldemocratie – Links in het algemeen – er in het buitenland nauwelijks beter voor staat 2). De steun voor de Franse socialistische president Hollande is tot recorddiepte gedaald; zijn partij lijdt bij regionale verkiezingen dramatische verliezen. Labour verkeert sinds de verkiezing van de radicaal-linkse Corbyn in een existentiële crisis. (Alleen het burgemeesterschap van Londen is weer bij Labour terug). De Spaanse PSOE verloor de verkiezingen en kreeg er op links een zware concurrent (Podemos) bij, maar zonder dat dit een progressieve meerderheid opleverde. Coalities blijken ook al niet mogelijk. Ook de Duitse SPD ziet zijn aanhang alsmaar verder achteruitgaan. Bij deelstaatverkiezingen zijn de resultaten bedroevend.

Pijnlijk aan dit alles is dat in al de genoemde landen linkse ministers redelijk veel vertrouwen genieten. Dat geldt voor de Franse premier Valls en zijn collega van Economische Zaken, Macron. In Duitsland geldt het voor minister Steinmeier. In Nederland worden PvdA-ministers als Dijsselbloem, Asscher en Koenders als competent gewaardeerd. Maar, helpen doet het niet.

Er is trouwens een pijnlijk verschijnsel dat samengaat met linkse achteruitgang, in het bijzonder van de sociaaldemocratie: de sterke opkomst van populistisch-rechtse partijen als de PVV bij ons, UKIP in Engeland, de AfD in Duitsland, de FPÖ in Oostenrijk en het Front National in Frankrijk. Want, hoewel er vrijwel geen rechtstreeks verkeer van kiezers van de PvdA naar de PVV valt waar te nemen, is niettemin duidelijk dat een heel groot deel van de PVV-aanhang in het westen van het land ooit trouw PvdA heeft gestemd. In Oost- en Zuid-Nederland komen die stemmen wat meer uit wat ooit de KVP-aanhang vormde.

Voor Links in Europa is er veel om bezorgd over te zijn: niet alleen over eigen verlies maar ook over de ruimte die de eigen vertrokken aanhang heeft verschaft aan partijen van populistisch rechts.

Wat is daarvan de oorzaak en is er voor de partijen van links, de sociaaldemocratie in het bijzonder, iets aan te doen? In twee volgende columns kom ik op die vragen terug.

Dit is de eerste column (3) in een serie van drie over de stand van Links in Europa.


  • 1) 
    Ik zet de term ‘zetels’ bewust tussen aanhalingstekens, want het zijn geen echte zetels en hun aantal zou waarschijnlijk in de ‘echte wereld’ nooit kloppen.
  • 2) 
    Meer daarover in artikelen van Peter Vermaas, René Cuperus en Felix Rottenberg in: S&D, 73 (2016), 2, 30 – 47. Zie ook de reeks artikelen ‘State of the Left’ in het Vlaamse pendant van S&D, SamPol, 2015, nr. 5.
  • 3) 
    Eerder al schreef ik een column onder deze titel op 4 december 2009


Andere recente columns