Parlementair onderzoek Kinderbescherming

In 1990 onderzocht een subcommissie uit de bijzondere commissie voor het Jeugdwelzijnsbeleid en de vaste commissie voor Justitie het functioneren van de kinderbescherming. Aanleiding waren klachten van burgers.

De subcommissie inventariseerde die klachten en door de Nationale ombudsman behandelde klachten. Zij beschouwde die als indicaties voor wat er in functioneren van de kinderbescherming en rechtspleging bij kinderzaken verbeterd zou kunnen worden.

Op 4 oktober 1990 bracht de subcommissie zijn rapport uit. De Tweede Kamer besprak dat in november 1990 en juni 1991.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Samenstelling subcommissie

Griffier: Ch. Roovers

2.

Conclusies en aanbevelingen

Er werden een aantal leemten geconstateerd. Zo was er gebrek aan externe controle en waren er onvoldoende garanties voor objectieve klachtenbehandeling. Regels waren te vaag en de rechtszekerheid voor ouders daardoor onvoldoende.

De subcommissie deed onder meer de aanbeveling wetgeving aan te passen en de informatievoorziening te verbeteren. Er diende een volledige scheiding te komen tussen rechtspraak en gezinsvoogdij. Er moest één instantie komen voor toezicht op de jeugdhulpverlening.


Meer over