Comité-Generaal

Beide Kamers kunnen achter gesloten deuren vergaderen. Dat wordt dan comité-generaal genoemd. Van die mogelijkheid is in de Tweede Kamer sinds 1970 echter geen gebruik meer gemaakt en in de Eerste Kamer sinds 1973.

In de Tweede Kamer had een tiende van de leden de mogelijkheid om de Kamer in het geheim te laten vergaderen. Alles wat in zo'n vergadering werd besproken, kon als vertrouwelijk worden bestempeld. Ook het opheffen van de geheimhouding kon alleen in een besloten vergadering gebeuren. Eventueel maakte de griffier (en niet de stenografen) zelf het verslag.

Het houden van comités-generaal vond in beide Kamers vooral plaats in tijden van internationale spanningen, zoals tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het gebeurde in de Tweede Kamer opnieuw zeven keer tijdens de dekolonisatieperiode (1946-1949). De regering had dan de gelegenheid om vertrouwelijk mededelingen te doen over bijvoorbeeld militaire operaties of over het verloop van onderhandelingen.

Tot 1971 was er in de Tweede Kamer jaarlijks ten minste één besloten vergadering. Dat was namelijk als de Raming van de uitgaven van de Tweede Kamer werd vastgesteld. Verder werd in beslotenheid vergaderd over huishoudelijke aangelegenheden, zoals benoeming en bevordering van personeel, vergoedingen, de huisvesting van de Kamer of de inrichting van de vergaderzaal. Op voorstel van de PvdA-leden Franssen en Van den Bergh werd deze regel in juni 1970 afgeschaft, zowel onder invloed van 'de tijdgeest' als vanwege het advies van de Staatscommissie-Biesheuvel over openbaarheid van bestuur. Door een amendement-Joekes op het voorstel ging de wijziging pas per januari 1971 in.

De Eerste Kamer behandelde haar raming nog tot 1973 in comité-generaal. Op voorstel van D66-lid Schwarz werd ook het reglement van orde van de Eerste Kamer in 1974 echter op dat punt gewijzigd.

Bij een omvangrijke herziening van het reglement van orde van de Tweede Kamer in 1980 werd besloten dat commissievergadering (met uitzondering van procedurevergaderingen) eveneens voortaan in principe openbaar zouden zijn. Voor de commissie voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten wordt wel steeds een uitzondering gemaakt. Die commissie komt overigens vrij zelden bijeen.

Curieus is dat het besluit over het in januari 1964 in de Ridderzaal herdenken van 500 jaar Staten-Generaal in beide Kamers op 13 november 1963 in een besloten vergadering werd genomen. Het laatste verslag van een besloten vergadering (juni 1970) werd overigens - in afwijking van het reglement - door de Tweede Kamer in het openbaar vastgesteld. Dat kon ook niet anders.

1.

Bepaling in reglement van orde

In het reglement van orde van de Tweede Kamer staat een artikel (artikel 89) over hoe er met verslagen en notulen van geheime vergaderingen moet worden omgegaan.

  • 1. 
    De Kamer kan besluiten, dat in een vergadering met gesloten deuren medewerkers van de Dienst Verslag en Redactie aanwezig mogen zijn. In dat geval wordt van het verhandelde overeenkomstig de daarvoor geldende regels een stenografisch verslag gemaakt, dat echter, tenzij de Kamer dadelijk of later anders besluit, niet wordt gedrukt, doch in het centraal archief van de Tweede Kamer achter slot wordt bewaard, tenzij de Kamer anders besluit.
  • 2. 
    Heeft de Kamer niet besloten, dat medewerkers van de Dienst Verslag en Redactie aanwezig mogen zijn, dan maakt de Griffier notulen. Deze worden dadelijk of in een volgende vergadering met gesloten deuren gelezen en aan goedkeuring onderworpen. Behalve hetgeen in artikel 87, tweede lid, tweede volzin, is vermeld, behelzen deze notulen een beknopt verslag van de beraadslagingen. Zij worden in het centraal archief van de Tweede Kamer achter slot bewaard, tenzij de Kamer anders besluit.

Meer over