Kabinetsformatie 1965

Na de crisis rondom de omroepkwestie benoemde koningin Juliana KVP-fractievoorzitter Norbert Schmelzer tot informateur. Hij moest kijken of herstel van de coalitie mogelijk was. Schmelzer concludeerde dat het geschil tussen de coalitiepartijen over de omroep niet was op te lossen. Alle fractievoorzitters pleitten hierna voor de vorming van een coalitie van confessionelen samen met de PvdA, en zij wezen nieuwe verkiezingen af. De PvdA wilde graag weer gaan regeren. Jo Cals (KVP) kreeg de formatieopdracht en na een maand had hij zijn kabinet van KVP, PvdA en ARP rond.

Verloop van de formatie

Informatie-Schmelzer

Na de val van het kabinet-Marijnen kreeg Schmelzer de opdracht een mogelijke terugkeer van dit kabinet te onderzoeken. Hij kon slechts constateren dat deze mogelijkheid niet reëel was, omdat de standpunten van KVP en ARP enerzijds en VVD (en deels CHU) anderzijds te veel uit elkaar lagen. Voor doorgaan met alleen KVP, ARP en CHU (76 van de 150 zetels) was de basis te smal. De confessionele partijen wilden ook geen vervroegde verkiezingen. Zij waren bang dat dan de omroepkwestie, waarover het kabinet-Marijnen struikelde, inzet van de verkiezingsstrijd zou worden. De commerciële omroepen waren populair onder de bevolking en het onderwerp was geclaimd door de VVD. Dat maakte verkiezingen er niet aantrekkelijker op voor de confessionelen.

Formatie-Cals

Het lag voor de KVP vervolgens voor de hand om te gaan onderhandelen met de PvdA. De verwachting was dat Schmelzer formateur wordt, maar de KVP-fractievoorzitter droeg oud-minister Cals voor die functie voor, omdat die beter lag bij de PvdA. De PvdA wilde wel praten, maar verlangde eerst een intentieverklaring om te voorkomen dat zij, net als in 1963, op het laatste moment buiten de deur gezet zouden worden. Die kwam er niet, maar de onderhandelingen gingen toch van start.

Op 23 maart voerde Cals een eerste verkennend gesprek met de fractievoorzitters van KVP, PvdA, ARP en CHU. CHU-fractievoorzitter Beernink bleek de omroepkwestie tot een vrije kwestie te willen maken en haakte al op 25 maart af, omdat KVP, PvdA en ARP dat niet wilden. Die drie partijen werden het diezelfde dag eens over het omroepbeleid.

Cals bereikte op 4 april ook een akkoord over het verdere programma. De KVP stemde vervolgens in met de eis van de PvdA dat Marijnen als premier werd vervangen door Cals, alhoewel deze laatste stelde niet de ambitie te hebben gehad premier te worden. Marijnen zelf verklaarde dat een andere coalitie beter door een andere premier kon worden geleid.

Bij het verdelen van de posten leverde vooral de bezetting van Buitenlandse Zaken problemen op, omdat Vondeling die post voor zichzelf opeiste. De KVP hield echter vast aan de populaire Luns. De PvdA accepteerde dat uiteindelijk, net als een benoeming van Bot (op Ontwikkelingshulp) als zesde KVP-minister. Wel kreeg de PvdA Financiën en Economische Zaken. Op 12 en 13 april werd het constituerend beraad gehouden. De drie fracties stemden op 6 april in, waarbij in de PvdA alleen enkele leden tegen de voorgenomen huurverhoging waren.

Regeerakkoord

Het regeerakkoord van het kabinet-Cals ademde een progessieve geest en ambitie uit. Het kabinet wilde Nederland grondig voorbereiden op het jaar 2000. Dit zou moeten gebeuren door verhoogde uitgaven, voornamelijk als investeringen in bijvoorbeeld onderwijs, infrastructuur, recreatievoorzieningen en economische activiteiten. Indien de Zijlstranorm deze noodzakelijke investeringen in de weg zou staan, zou het kabinet zelfs bereid zijn de norm tijdelijk los te laten. Investeren in de toekomst was het credo.

Betrokken personen

De informateur

W.K.N. (Norbert) Schmelzer

Leider van de KVP in de jaren zestig. Pragmatisch en behendig politicus, die na een ambtelijke loopbaan snel carrière maakte in de politiek, mede dankzij de steun van KVP-voorman Romme. Werd na staatssecretariaten in de kabinetten-Drees, -Beel en -De Quay eind 1963 fractievoorzitter. Speelde als zodanig een hoofdrol in de naar hem genoemde 'Nacht'. Een door hem ingediende motie leidde toen (14 oktober 1966) tot de val van het door zijn partijgenoot Cals geleide kabinet. Leidde daarna nog tot 1971 zijn partij en werd vervolgens minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Biesheuvel. Charmante, innemende man, die echter veelal als ambiteus politicus werd gezien. Door de cabaretier Wim Kan werd hij vanwege zijn rol bij de kabinetscrisis van 1966 omschreven als 'een (gladde) teckel met een vette kluif in zijn bek'.

De formateur

J.M.L.Th. (Jo) Cals

Onderwijsminister en KVP-politicus, die korte tijd minister-president was. Begon zijn loopbaan als advocaat. Na twee jaar Kamerlidmaatschap staatssecretaris van jeugd en cultuur (en omroep). Tijdens zijn langdurige ministerschap van onderwijs (1952-1963) bracht hij vele wetten tot stand, onder andere over het kleuteronderwijs en het wetenschappelijk onderwijs. Was vooral de man van de 'Mammoetwet', een wet tot regeling van het gehele voortgezet onderwijs. Verdedigde dit omvangrijke voorstel in een urendurend betoog. Het in 1965 door hem gevormde ambitieuze kabinet viel in de 'Nacht van Schmelzer'. Hij leidde daarna met Donner een staatscommissie over staatkundige vernieuwing. Gewiekst politicus en debater, die als 'beste jongetje van de klas' ook wel weerstanden opriep. Behoorde in de KVP tot de linkervleugel, maar bleef wel zijn partij trouw. Had een enorme werklust wat ten koste ging van zijn gezondheid.

De fractievoorzitters bij de onderhandelingen

W.K.N. (Norbert) Schmelzer

Leider van de KVP in de jaren zestig. Pragmatisch en behendig politicus, die na een ambtelijke loopbaan snel carrière maakte in de politiek, mede dankzij de steun van KVP-voorman Romme. Werd na staatssecretariaten in de kabinetten-Drees, -Beel en -De Quay eind 1963 fractievoorzitter. Speelde als zodanig een hoofdrol in de naar hem genoemde 'Nacht'. Een door hem ingediende motie leidde toen (14 oktober 1966) tot de val van het door zijn partijgenoot Cals geleide kabinet. Leidde daarna nog tot 1971 zijn partij en werd vervolgens minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Biesheuvel. Charmante, innemende man, die echter veelal als ambiteus politicus werd gezien. Door de cabaretier Wim Kan werd hij vanwege zijn rol bij de kabinetscrisis van 1966 omschreven als 'een (gladde) teckel met een vette kluif in zijn bek'.

C.J. (Kees) van der Ploeg

Voorman van de landarbeidersvakbond 'Sint Deus-Dedit' in de KVP-Tweede Kamerfractie, die vicefractievoorzitter was onder Schmelzer. Afkomstig uit een arbeidersgezin uit het katholieke Zoeterwoude, die zichzelf als tuindersknecht na alleen lager onderwijs via cursussen ontwikkelde. Was landarbeider en bollenkweker in Noord-Holland. Ruim twintig jaar Tweede Kamerlid. Woordvoerder sociale zaken, met een zekere voorkeur voor regeren met de PvdA. Zat verder dertien jaar in het Europees Parlement. Speelde als waarnemend fractievoorzitter in 1965 en 1966 een rol bij de kabinetsformaties. Beschikte over een kenmerkende Roomse blijmoedigheid.

A. (Anne) Vondeling

PvdA-voorman, minister en Kamervoorzitter. Markante politicus uit de tweede helft van de twintigste eeuw. Werd in 1946 als vrijzinnig-democraat op jonge leeftijd Tweede Kamerlid voor de PvdA en in 1958 minister van Landbouw. Volgde in 1962 Burger op als partijleider en werd een populair politicus. Verspeelde die populariteit echter grotendeels weer door zijn optreden als minister van Financiën in het kabinet-Cals. Keerde na zijn ministerschap terug in de Tweede Kamer en werd in 1972 Kamervoorzitter. Was een krachtig pleitbezorger voor een Tweede Kamer die volgens hem als 'leeuw' in plaats van als 'lam' moest optreden. Rechtlijnig, onafhankelijk en gerespecteerd Kamervoorzitter. Behendig politicus en scherpzinnig opmerker. Verongelukte - hij was inmiddels Europarlementariër - in 1979 in België.

J. (Jan) Smallenbroek

ARP-voorman uit Drenthe. In de Tweede Wereldoorlog een vooraanstaand en standvastig verzetsman. Na een korte periode in de Tweede Kamer vanaf 1946 gedeputeerde, wat hij bleef toen hij in 1956 terugkeerde in het parlement. Aanvankelijk woordvoerder maatschappelijk werk en binnenlandse zaken en vanaf 1963 fractievoorzitter, als opvolger van de zieke Van Eijsden. Als minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Cals kreeg hij te maken met de gezagsproblemen in Amsterdam en met de perikelen rond het huwelijk van prinses Beatrix. Trad in 1966 af vanwege een door hem begane verkeersovertreding. Kreeg daarna een lage plaats op de kandidatenlijst en trok zich terug. Werd in 1967 staatsraad. Hardwerkende, hartelijke en loyale figuur.

H.K.J. (Henk) Beernink

CHU-voorman na het vertrek van Tilanus in 1963. Combineerde lange tijd het Tweede Kamerlidmaatschap met de functie van gemeentesecretaris van Rijswijk (Z.H.). Zag in 1967 zijn loopbaan bekroond met het ministerschap van Binnenlandse Zaken in het kabinet-De Jong. Was kort na zijn aantreden als minister verantwoordelijk voor de vervanging van burgemeester Van Hall van Amsterdam. Liet veel werkzaamheden over aan zijn staatssecretaris en partijgenoot Van Veen. Stond bekend als conservatief 'law and order'-politicus en als schaker en sigarenroker. Maakte op het eerste gezicht een wat stugge, gesloten indruk. Betrouwbare, hardwerkende en relativerende politicus met zakelijke nuchterheid, die zijn achterban goed kende.

De vaste adviseurs van de koningin

J.A. (Jan) Jonkman

Kenner van Nederlands-Indië die Minister van Overzeese Gebiedsdelen was in het kabinet-Beel I en later Eerste Kamervoorzitter. Behoorde in Nederlands-Indië tot de progressieve figuren rond het blad 'De Stuw'. Als minister kreeg hij te maken met de Indonesische vrijheidsstrijd. Probeerde een realistische koers te varen, waarbij gestreefd werd naar overeenstemming met de Republiek Indonesia. Het in het najaar van 1946 gesloten Akkoord van Linggadjati bleek uiteindelijk geen basis voor overeenstemming en in 1947 werd overgegaan tot de eerste politionele actie tegen de Republiek. Na zijn ministerschap was hij lange tijd een gewaardeerde Senaatsvoorzitter. Naar buiten toe formalistisch, maar tevens sociaal voelend en beschikkend over verfijnde humor.

F.J.F.M. (Frans-Joseph) van Thiel

Bekende en populaire katholieke Tweede Kamervoorzitter in de jaren zestig. Hij vervulde dat ambt op vaderlijke wijze met veel (Brabantse) humor, tact en soepelheid. Tijdens zijn voorzitterschap vonden de 'Nacht van Schmelzer' en de discussies over de 'Drie van Breda' plaats. Onder zijn voorzitterschap werd bovendien de werkwijze van de Kamer gemoderniseerd en werd het Kamerwerk dichter bij de burgers gebracht (televisie-uitzendingen, hoorzittingen). Was afkomstig uit een Helmondse ondernemersfamilie. Werd in 1952 in het kabinet-Drees III de eerste minister van Maatschappelijk Werk en keerde in 1956 terug in de Tweede Kamer, waarvan hij namens de KVP eerder al vier jaar deel had uitgemaakt.

L.J.M. (Louis) Beel

Katholieke staatsman. Eén van de belangrijkste politici van na 1945. Begon zijn loopbaan als gemeenteambtenaar. In 1945 werd hij minister van Binnenlandse Zaken en als zodanig speelde hij een voorname rol bij de naoorlogse zuiveringen. Was als premier en Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon een vooraanstaande figuur in het moeizame proces van dekolonisatie. Voorstander van militair optreden (politionele acties) tegen de Republiek Indonesia. Na terugkeer uit Indië hoogleraar en in 1951 weer minister van Binnenlandse Zaken en in het kabinet-Drees III tevens vicepremier. Had een goede band met Drees. In de jaren vijftig en zestig als (in)formateur betrokken bij de vorming van diverse kabinetten, vooral van centrumrechtse signatuur. Belangrijk adviseur en vertrouweling van koningin Juliana. Gezagvol, inventief en doortastend politicus, die vaak als regelaar en 'bruggenbouwer' fungeerde. Ook een wat dorre jurist. Had als bijnaam 'de Sfinx'.


Meer over