Parlementair reces

Een vergaderloze periode van het parlement heet reces. Dergelijke perioden komen als regel voor in de zomermaanden (juli, augustus), voor en na Kerstmis en in het voorjaar. Dat wil niet zeggen dat alle Kamerleden al die weken op vakantie zijn. Sommigen lopen tijdens het reces stage of brengen werkbezoeken, andere leden studeren of lezen vakliteratuur. Altijd is een aantal leden stand-by voor het geval er iets belangrijks gebeurt. De Kamerleden kunnen wel altijd schriftelijk vragen stellen, zodat ze toch hun controlerende taak kunnen blijven uitoefenen.

Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw vergaderden de Tweede en Eerste Kamer tot in juli door om vervolgens na de derde dinsdag van september een nieuw vergaderjaar te beginnen. Tegenwoordig houdt de Kamer eind juni/begin juli op en begint zij eind augustus weer te vergaderen. De Eerste Kamer vergaderde tot de jaren vijftig van de vorige eeuw vaak ook tussen Kerst en Oudjaar, omdat de begrotingsbehandeling toen vóór 1 januari moest zijn afgerond.

Ministers en staatssecretarissen hebben het door de vergaderloze periode ook wat rustiger, maar ook zij zijn niet de gehele periode afwezig. Zo moet in de zomer de definitieve begroting worden opgesteld en Prinsjesdag worden voorbereid. Ministers die op vakantie zijn, worden tijdelijk door een staatssecretaris of collega vervangen.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Vergaderloze periode

Het reces is een procedurele afspraak, die uit praktisch oogpunt is gemaakt. Vakanties van zowel leden als bewindslieden en ambtenaren maken vergaderen weinig zinvol, al was het maar omdat daarvoor minimaal 76 Tweede Kamerleden en 38 Eerste Kamerleden aanwezig moeten zijn.

De Kamer kan echter altijd het reces onderbreken om toch te vergaderen. De voorzitter kan hiertoe besluiten of dertig leden kunnen hierom vragen. Ook de regering kan het verzoek doen de Kamer bij elkaar te roepen. Dat gebeurt overigens zelden. De Eerste Kamer onderbrak alleen het reces in 1914, toen er in augustus vanwege het uitbreken van de (Eerste) Wereldoorlog noodwetgeving nodig was. Overigens vergaderde de Eerste Kamer tot omstreeks 1960 vaak tot eind juli door.

Wel vergaderde de Eerste Kamer in 1988 nog eens op derde Kerstdag (27 december) vanwege door het kabinet gewenste spoed bij de behandeling van een wetje over invoering per 1 januari van het sociaal-fiscaalnummer. De linkse oppositiepartijen bleven toen uit protest weg.

Het komt wel voor dat bepaalde Tweede Kamercommissies 'van vakantie' worden teruggeroepen. Kamercommissies bestaan uit circa 20 leden en 20 plaatsvervangend leden, maar om te kunnen vergaderen zijn slechts enkele leden nodig. In de praktijk hoeft dan ook slechts een klein aantal leden hun reces te onderbreken.

2.

Zitting en vergaderjaar

Tot 1983 was er sprake van zittingen van het parlement. De gewone zitting begon op de derde dinsdag van september en eindige de zaterdag (later maandag) voorafgaand aan de derde dinsdag van september een jaar later. Een zitting kon echter eerder worden gesloten. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij ontbinding van de Kamer. Er kon dan wel een buitengewone zitting worden gehouden, die ook werd geopend en (voorafgaand aan de volgende derde dinsdag) werd gesloten. Tot en met 1922 werden ook die zittingen meestal door de koning(in) persoonlijk geopend met een - veelal zeer korte - troonrede.

In de eerste helft van de negentiende eeuw vergaderden de Kamers vaak alleen van oktober tot januari en in de maanden maart tot en met mei. Die periode werd later steeds verder uitgebreid. De Tweede Kamer vergaderde in die tijd wel op meer dagen (bijvoorbeeld vaak ook op vrijdagen). Tot de jaren dertig van de vorige eeuw vergaderden de Kamers als regel niet tussen juli en september.

In 1909 wist de sociaaldemocraat Van Kol te bewerkstelligen dat de Kamers al wel in september bijeenkwamen om een door hem ingediend initiatiefwetsvoorstel te behandelen. Van Kol was niet herkozen en zou na de derde dinsdag de Kamer verlaten. De door Van Kol afgedwongen vergadering maakte ook de beëdiging van een nieuw Kamerlid mogelijk, de ARP'er Van Manen, die zo het kortst zittende Kamerlid uit de parlementaire geschiedenis werd.

3.

Kamerleden in het zomerreces

Net als veel Nederlanders gaan Tweede Kamerleden in de zomermaanden op vakantie. De recesperiode is echter lang genoeg om ook andere dingen te doen. Soms lopen leden stage bij bedrijven. Kamerleden die betrokken zijn bij een parlementair onderzoek (bijvoorbeeld een parlementaire enquête) gebruiken het reces vaak om zich in te lezen in een bepaalde zaak. Ook worden soms werkbezoeken gebracht. Kamerleden kunnen het reces ook gebruiken voor studie, bijvoorbeeld als voorbereiding van de behandeling van een nota of wetsvoorstel.

Het meest praktische middel voor een Kamerlid om tijdens het reces zijn taak als controleur van de regering uit te oefenen is door middel van het vragenrecht. Ieder lid kan op elk moment een schriftelijke vraag stellen. Formeel moet zo'n vraag worden doorgeleid door de Kamervoorzitter (of diens vervanger) en verleent de ambtelijke dienst van de Kamer (de Griffie) daarbij assistentie. Daarom zijn die posten altijd bezet.

4.

Afwezige ministers

In juli komt de ministerraad niet bijeen en kunnen de bewindslieden op vakantie. Via de vervangingsregeling wordt er wel voor gezorgd dat iedere ministerspost steeds bezet is, zodat spoedeisende stukken ondertekend kunnen worden.

In augustus zijn de ministers weer terug, omdat dan de laatste hand aan de begroting voor het volgende jaar moet worden gelegd.

Het is in het verleden voorgekomen dat één minister al zijn collega's verving. Daardoor moest bijvoorbeeld in augustus 1990 minister Andriessen van Economische Zaken na de inval van Irak in Koeweit plotsklaps als waarnemend minister van Buitenlandse Zaken het Nederlandse standpunt verwoorden.

5.

De koning(in) op vakantie

De koning gaat in de zomermaanden eveneens vaak op vakantie. Hij krijgt echter dagelijks via het Kabinet van de Koning stukken die getekend moeten worden. Koningin Beatrix ging vaak naar haar vakantieverblijf in Italië. Vandaar dat op de koninklijke boodschap bij de dagtekening van een wetsvoorstel soms de zomerresidentie stond: 'Tavernelle'.

Bij kabinetsformaties kwam het wel eens voor dat een formateur tussentijds verslag uitbracht op het vakantieadres van de koningin.

6.

Formaties en crises

Voor Kamerleden is het in de zomermaanden niet altijd vakantie, want kabinetsformaties plegen of pleegden nogal eens in de zomer plaats te vinden. Dat was bijvoorbeeld het geval in 1977, 1981, 1986, 1994, 1998, 2002, 2003 en 2017. Fracties die bij de formatie betrokken zijn, moeten dan 'stand-by' zijn om te kunnen overleggen.

Als een formatie al tijdens de zomer wordt afgerond, vindt vrijwel direct daarna het debat over de regeringsverklaring plaats. In 2002 was dat bijvoorbeeld op 22 juli en in 2003 op 24 juli. In 1971 werd de regeringsverklaring op 3 augustus afgelegd.

De laatste keer dat een kabinet ten val kwam tijdens een reces, was in 1972 het kabinet-Biesheuvel. De Kamer kwam toen niet direct bijeen, maar leden van de regeringsfracties moesten wel spoorslags naar Den Haag komen voor overleg. Ook werden fractievoorzitters door de koningin geraadpleegd. Pas na een mislukte lijmpoging kwam premier Biesheuvel half augustus naar de Tweede Kamer om tekst en uitleg te geven.

Van het vroegere Tweede Kamerlid Maarten Schakel is bekend, dat hij tijdens de crisis van 1972 door politie-te-water uit zijn bootje werd opgepikt, om naar Den Haag te kunnen terugkeren. Hij was goed genoeg ingevoerd om te beseffen dat de mededeling van de politie dat hij minister moest worden, met een korreltje zout moest worden genomen.

Het is enkele malen voorgekomen dat kandidaat-ministers van hun vakantieadres moesten terugkeren om met de formateur te overleggen. In het verleden ging het daarbij overigens vaak om vakantie in eigen land.