Vergoedingen Eerste Kamerlid

Een 'gewoon' Eerste Kamerlid ontvangt per 1 januari 2019 een bruto vergoeding van bijna 33.000 euro op jaarbasis, inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering. Daar komen vervolgens nog wel enkele onkostenvergoedingen bij. De voorzitter van de Eerste Kamer ontvangt een aanzienlijk hogere honorering, omdat deze gebaseerd is op een halve werkweek.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Maandelijkse vergoeding

'Gewone' Eerste Kamerleden

Het Eerste Kamerlidmaatschap wordt niet beschouwd als een voltijdfunctie. De maandelijkse vergoeding voor Eerste Kamerleden is daarom lager dan de schadeloosstelling van Tweede Kamerleden, namelijk € 2.199,42 per maand (per 1 januari 2019).

De bruto jaarvergoeding voor Eerste Kamerleden bedraagt per 1 januari 2019 dus € 32.894,53 inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering. Eerste Kamerleden ontvangen een eindejaarsuitkering conform de regeling voor rijksambtenaren.

Voorzitter Eerste Kamer

De vergoeding voor de voorzitter van de Eerste Kamer is anders dan de vergoeding voor 'gewone Eerste Kamerleden'. De voorzitter ontvangt:

  • een toelage gelijk aan de helft van de schadeloosstelling voor Tweede Kamerleden;
  • de helft van de toelage die de voorzitter van de Tweede Kamer op zijn schadeloosstelling ontvangt.

In 2019 verdient de Eerste Kamervoorzitter ruim 75 duizend euro, inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering.

Ondervoorzitters

Ook de ondervoorzitters van de Eerste Kamer ontvangen een maandelijkse toelage op hun vergoeding, en wel volgens het volgende schema:

 

Soort ondervoorzitter

Toelage (%)

Eerste ondervoorzitter

3,5

Tweede ondervoorzitter

2,4

Overige ondervoorzitters

1,2

In het geval dat de eerste ondervoorzitter voor meer dan 60 dagen onafgebroken de functie van voorzitter zou waarnemen, zou hij voor de duur van die tijd een toelage van 17,4 procent (in plaats van de reguliere toelage van 3,5 procent) ontvangen.

Fractievoorzitters

Ook de fractievoorzitters ontvangen (voor de duur van hun voorzitterschap) een toeslag op hun vergoeding. Deze toelage bedraagt 1,2 procent van de vergoeding plus 0,4 procent voor elk lid dat de fractie buiten de voorzitter telt. De toelage mag in totaal niet meer dan 6,4 procent van de vergoeding op jaarbasis bedragen.

2.

Eénmalige en eindejaarsuitkeringen

Als het burgerlijk rijkspersoneel een éénmalige of eindejaarsuitkering krijgt, profiteren Eerste Kamerleden daar op gelijke voet van mee. Voor de voorzitter van de Eerste Kamer geldt een andere berekeningswijze voor een eindejaarsuitkering dan voor 'gewone' Eerste Kamerleden.

3.

Onkostenvergoedingen

Reiskostenvergoeding

Eerste Kamerleden ontvangen in 2019 een vaste jaarlijkse vergoeding van € 3.640,- voor reiskosten buiten het woon-werkverkeer.

Verblijfkostenvergoeding

Eerste Kamerleden ontvangen een verblijfkostenvergoeding die afhangt van de afstand tussen hun woonplaats en de Eerste Kamer. Deze vergoedingen kunnen in 2019 oplopen van € 380,19 per jaar als het Kamerlid binnen een straal van 10 kilometer van de Eerste Kamer woont, tot € 12.305,31 wanneer het Kamerlid op meer dan 150 kilometer afstand woont.

Vergoeding voor aan ambtsuitoefening verbonden kosten

Eerste Kamerleden ontvangen in 2019 een beroepskostenvergoeding van € 2.630,65 per jaar.

4.

Secundaire voorzieningen

Eerste Kamerleden ontvangen jaarlijks een vergoeding voor zgn. 'secundaire voorzieningen'. Hiermee kunnen ze voorzieningen treffen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. In 2019 bedraagt de vergoeding hiervoor € 3.167,28 per jaar.


Meer over