Lokale autonomie

21 december 2005, column J.Th.J. van den Berg

Eind jaren negentig kwam in Nederland een commissie op bezoek van de CLRAE, de Regionale en Lokale Kamer van de Raad van Europa. Zij kwam onderzoeken hoe het hier stond met de lokale zelfstandigheid en democratie. De Raad van Europa stuurt zulke missies sinds de jaren negentig met regelmaat op onderzoek uit in de lidstaten.

De meest kritische opmerkingen maakte de onderzoekscommissie in haar rapport (uit 1999) over de van rijkswege benoemde burgemeester in Nederland. In de beschaafde wereld ben je immers óf burgemeester óf benoemd; allebei gaat niet. De Nederlandse delegatie naar de CLRAE in Straatsburg heeft destijds de blaren op haar tong moeten praten om voor een aantal jaren "vergeving" te krijgen. Die delegatie kon immers onder meer beweren dat er hard aan de verkiezing van de burgemeester werd gewerkt. Het pleit natuurlijk niet voor Nederland dat het zes jaar later nog steeds niets heeft gepresteerd op dat terrein.

Tweede punt van kritiek vormden de lokale belastingen (de OZB voorop) die maar zo'n gering deel uitmaakten van de gemeentelijke inkomsten: gemiddeld tien tot vijftien procent van het totaal. Nu kwam die kritiek ook voort uit het feit dat diverse gesprekspartners van de commissie niet goed over het voetlicht hadden weten te brengen hoe, bijvoorbeeld, het Gemeentefonds dient te worden geïnterpreteerd.

Dat het wel rijksgeld aan gemeenten waarborgt, maar dat er geen rijkszeggenschap bestaat over de besteding door gemeenten. Dit is ook niet gemakkelijk aan buitenlanders uit te leggen, maar het doet aan een aantal grote kwaliteiten van het Fonds, in 1929 door minister De Geer geïntroduceerd, niets af. Bij de CLRAE heeft het intussen ontsteltenis gewekt dat de OZB nu ook nog grotendeels door de wetgever is uitgekleed. Dit, zonder dat de wetgever heeft zorg gedragen voor een adequaat alternatief. (Er wordt wel voor financiële compensatie gezorgd.)

Een destijds vrijwel onopgemerkt gebleven punt van kritiek gold de mogelijkheid gemeentelijke besluiten te vernietigen, niet alleen als die in strijd zijn met de wet maar ook als zij door een hogere overheid worden geacht strijdig te zijn met het "algemeen belang". Alweer, in de beschaafde wereld is een gemeentelijk besluit dat de hogere overheid (lees: een minister) niet aanstaat onaantastbaar, tenzij het in strijd is met de wet.

De definitie van het "algemeen belang" door de minister staat daar niet hoger aangeschreven dan die van het gemeentebestuur. Uitsluitend in onze eigen Regentenrepubliek wordt daar nog steeds anders over gedacht. Vanuit Straatsburg zit er tot nu toe weinig anders op dan lijdelijk toezien. Bij het onderdeel van het Europese Handvest voor Lokale Autonomie dat over schorsing of vernietiging van gemeentelijke besluiten gaat, heeft Nederland immers (als enige!) een formeel "voorbehoud" gemaakt.

Toen minister Donner, een bekend volgeling van Thomas Hobbes, derhalve onlangs ingreep en een besluit van de gemeente Haarlemmermeer bij KB liet schorsen, deed hij strikt formeel niets waartoe hij niet bevoegd was. Opnieuw echter heeft de Raad van Europa reden zich af te vragen of Nederland het eigenlijk wel meent als het zichzelf beschouwt als een staat die Europese waarden en normen tot maatstaf neemt voor zijn handelen.



Andere recente columns