Vooraanstaande Groningse edelman, de rijkste man in zijn provincie. Was burgemeester van Tietjerksteradeel en, drie jaar, van Groningen. Daarna commissaris van de Koningin in Groningen en kort van Overijssel, om vervolgens te worden benoemd tot vicepresident van de Raad van State. Zijn periode als vicepresident was niet de gelukkigste van zijn loopbaan. Hij nam ontslag om gezondheidsredenen en ging rentenieren. Als landheer van de borg Nienoord was hij geliefd bij de bevolking van Leek. Zijn tragische verdrinkingsdood, nadat de koets waarin hij en zijn vrouw zaten in het Hoendiep was terecht gekomen, werd dan ook zwaar betreurd.