Vader van de antirevolutionaire voorman Guillaume Groen van Prinsterer. Was arts, onder meer van koning Lodewijk Napoleon, en gezondheidsinspecteur. Kwam in 1811 in het stadsbestuur van Den Haag en had zitting in de Notabelenvergadering van 1814. Was nadien raads- en Statenlid en staatsraad in buitengewone dienst.