Rotterdamse regentenzoon, die vierentwintig jaar deel uitmaakte van de Tweede Kamer en die twee periodes voorzitter was. Advocaat in Dordrecht en vanaf 1814 lid van de hogere kringen in Den Haag. Had in 1814 zitting in de Notabelenvergadering die over de ontwerp-Grondwet besliste. Was als Kamerlid kritisch over het financiële beleid van de koning. Hij combineerde zeven jaar het Kamerlidmaatschap met de functie van staatsraad. Zijn vader en broer waren eveneens Tweede Kamerlid.