Rotterdamse regent, die tevens waterstaatkundige functies bekleedde in Schieland en de Alblasserwaard. Vurig aanhanger van de orangistische partij en in 1795 uit zijn ambten gezet. In 1801 weigerde hij een benoeming in het Wetgevend Lichaam, maar een jaar later werd hij wel lid van het departementaal bestuur van Holland. Vanaf 1814 had hij ruim twee jaar zitting in het parlement.