Liberale Leidse advocaat en rechter. Nazaat van een patriottenvoorman. Kwam in 1828 in de Tweede Kamer en was twintig jaar lang één van de voornaamste opposanten tegen de politiek van de koningen Willem I en Willem II. Veelvuldig deelnemer aan debatten en gezagvol Kamerlid. Medestander van Thorbecke in 1844 ('de Negenmannen') en lid van diens Grondwetscommissie in 1848. Werd in 1848 in het kabinet-De Kempenaer/Donker Curtius minister van Binnenlandse Zaken en Hervormde Eredienst, maar raakte toen spoedig overspannen. Hoogstaande, eenvoudige en bescheiden staatsman die zeer werd gewaardeerd door tijdgenoten. Zij prezen hem als edelmoedige bestrijder van het oude bewind.