Wis- en scheikundige, die carrière maakte bij de Munt. Zoon van een Amsterdamse hoogleraar. Was minister van Financiën in het kabinet-Van Hall/Donker Curtius en het kabinet-Van der Brugghen. Weigerde als minister de Tweede Kamer een specificatie te geven van de uitgaven voor onvoorziene zaken en werd in 1858 door de Tweede Kamer ten val gebracht. Was na zijn ministerschap als conservatief enkele keren zonder succes kandidaat voor de Tweede Kamer.