Gefortuneerde katholieke Zwolse notabele en rechter uit een bekend Overijssels geslacht van grondbezitters. Na staatsraad te zijn geweest, werd hij in het eerste kabinet-Thorbecke minister van Buitenlandse Zaken en van Katholieke eredienst. Was weinig ambitieus en nogal zwaartillend, waardoor het ministersambt hem zwaar drukte. Kreeg in 1851 te maken met de pauselijke plannen om de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland te herstellen. Hijzelf had gewild dat de Nederlandse regering hiertoe het initiatief had genomen. Trad in 1852 af vanwege tegenwerking uit de Tweede Kamer. Als minister niet gelukkig, mede doordat hij geen diplomatieke ervaring had en vaak tegenover zijn ambtgenoten stond.