Koloniaal specialist, die in het eerste kabinet-Thorbecke minister van Koloniën was. Was al van jongs af aan verbonden met Nederlands-Indië, waar hij sinds zijn twintigste ambtelijke functies bekleedde, met name bij het financieel toezicht. Was in 1849 korte tijd fungerend S.G. van Koloniën en werd daarna minister. Ging na de Aprilbeweging van 1853 over naar het opvolgende kabinet-Van Hall/Donker Curtius en bracht toen het belangrijke Regeringsreglement voor Nederlands-Indië tot stand. Tijdens de vijf jaar (1856-1861) dat hij Gouverneur-Generaal was, waren er diverse schermutselingen in de buitengewesten.