Friese PvdA-econoom met een grote staat van dienst als bankpresident, zowel nationaal als Europees. Werd betrekkelijk jong minister van Financiën in het kabinet-Den Uyl. Ontwikkelde in 1975 een beleid waarbij voor het eerst de sterke groei van de overheidsuitgaven wat werd beperkt (1%-norm). Stapte kort na zijn ministerschap over naar het bankwezen en werd later president van De Nederlandsche Bank. Pleitte toen steeds voor het op orde brengen van de overheidsuitgaven. Speelde als president van de Europese Centrale Bank een voorname rol bij introductie van de euro, de gezamenlijke Europese munt. Kalme, realistische man, die als minister progressieve wensen en een verantwoord financieel beleid moest zien te verenigen.