Gelderse edelman die aanvankelijk volgeling was van Thorbecke en in diens eerste kabinet minister van Buitenlandse Zaken. Daarvoor in 1848 als jonge man tot Tweede Kamerlid gekozen en daarvan een welsprekend lid. Na zijn derde huwelijk in 1857, met een dochter van oud-minister Rochussen, kwam hij onder invloed van zijn nieuwe schoonvader in conservatiever vaarwater terecht. Na een kort ministerschap leider van de Zuylianen in de Tweede Kamer, die zich tegen liberalen en antirevolutionairen keerden. Nadien gezant in Parijs en op hoge leeftijd nog Eerste Kamerlid.