Rooms-Katholieken, Algemeene Bond (RKSP), RKSP
functie(s) in de periode 1904-1933: lid Tweede Kamer
Personalia
voornamen (roepnaam)
Antonius Ignatius Maria Josephus (Antoine)
titulatuur en naam
Mr. A.I.M.J. baron van Wijnbergen Antonius Ignatius Maria Josephus (Antoine)
geboorteplaats en -datum
Loenen (gem. Apeldoorn), 8 maart 1869
overlijdensplaats en -datum
Amsterdam, 1 maart 1950
levensbeschouwing
Rooms-Katholiek (stond bekend als diep gelovig)
Partij/stroming
partij(en)
RKSP (Roomsch-Katholieke Staatspartij)
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat en procureur te Zutphen, van 1893 tot 1 februari 1897
- ambtenaar voor de kantons Veghel, Boxmeer en Eindhoven, Openbaar Ministerie te Eindhoven, van 1 februari 1897 tot 1 maart 1903
- schoolopziener, arrondissement Eindhoven, van 1 april 1898 tot 1 maart 1903
- voorzitter Raad van Beroep (voor de Ongevallenverzekering) te Arnhem, van 1 maart 1903 tot 1 maart 1917
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 april 1904 tot 25 februari 1917 (voor het kiesdistrict Elst)
- lid Centrale Raad van Beroep (voor de Ongevallenverzekering), van 1 maart 1917 tot 1 november 1932
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 maart 1917 tot 9 mei 1933 (1917-1918 voor het kiesdistrict Elst)
- vicevoorzitter-lid Centrale Raad van Beroep, van 1 november 1932 tot 1 april 1933
- voorzitter Centrale Raad van Beroep, van 1 april 1933 tot 1 april 1939
Partijpolitieke functies
overzicht
- voorzitter Algemeene Bond van Roomsch-Katholieke Rijkskieskringenorganisaties, van mei 1916 tot 16 september 1925
lijsttrekkerschappen
- lijstaanvoerder Rooms-Katholieken Tweede Kamerverkiezingen 1918 (in de kieskringen Arnhem, Nijmegen en Utrecht)
- lijstaanvoerder Rooms-Katholieken Tweede Kamerverkiezingen 1922 (in de kieskringen Arnhem, Nijmegen en Utrecht)
- lijstaanvoerder RKSP Tweede Kamerverkiezingen 1925 (in de kieskringen Arnhem, Nijmegen en Utrecht)
Nevenfuncties
- lid Algemeen College van Toezicht, Bijstand en Advies voor het Rijkstucht- en opvoedingswezen, van 1908 tot 1920
- voorzitter curatorium R.K. Leergangen te 's-Hertogenbosch en Tilburg, van 1912 tot 1948
- lid Staatscommissie voor het onderwijs (Staatscommissie-Bos), van 31 december 1913 tot 11 maart 1916
- lid Centrale Commissie voor het onderwijs aan uitgewekenen, van 1914 tot 1919
- voorzitter Staatscommissie onderzoek naar hetgeen geschiedt t.b.v. der ontwikkeling van jeugdige personen, van 18 juli 1917 tot november 1918
- voorzitter Middenstandsraad, van 30 juni 1919 tot 1949
- lid hoofdbestuur Vereniging Nederlandse Katholiekendagen, omstreeks 1919
- voorzitter Centrale Jeugdraad, van 15 juni 1920 tot 1948
- lid Staatscommissie kostenbesparing Hoger Onderwijs (Staatscommissie-Colijn/Lorentz), van 24 februari 1923 tot juli 1924
- voorzitter Staatscommissie aanvullend onderwijs aan de rijpere jeugd, van 7 maart 1927 tot 24 maart 1930
- voorzitter College van Curatoren Katholieke Handels-Hogeschool te Tilburg, van augustus 1927 tot 1947
- voorzitter Staatscommissie onderzoek cadeaustelsel, van maart 1928 tot november 1929
- lid College van Curatoren Rijksuniversiteit Utrecht, vanaf 11 september 1928 (nog in 1940)
- lid hoofdbestuur Vereeniging "Voor Eer en Deugd", aartsbisdom Utrecht, omstreeks 1929
- lid bestuur Radboudstichting
- lid Raad van Advies Nederlandschen R.K. Middenstandsbond, omstreeks 1931
- lid algemeen bestuur Koninklijke Vereeniging tot het houden van jaarbeurzen in Nederland, vanaf september 1932
- lid College van Curatoren Rijks Landbouw-Hoogeschool te Wageningen, van 8 juni 1936 tot 1943
- lid bestuur Nijverheidsorganisatie TNO, omstreeks 1938 (nog in 1946)
- lid vaste commissie voor de Economische Voorlichting, omstreeks 1938
- lid bestuur Vereeniging "Katholieke Studiebelangen", Landbouwhogeschool te Wageningen, omstreeks 1946
afgeleide functies, presidia etc.
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1918 tot januari 1919
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk V (Binnenlandse Zaken) 1919 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de ontwerp-Wet op het lager onderwijs (Tweede Kamer der Staten-Generaal), tot 1919
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk VIIb (Financiën) 1921 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1922 tot juni 1922
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de ontwerp-wet bestrijding zedelijke en maatschappelijke gevaren van de bioscoop (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1923 tot oktober 1925
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk Va 1923 (Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen) (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1924 tot mei 1924
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk VI (Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen) (Tweede Kamer der Staten-Generaal) (voor 1926 t/m 1929)
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk VI (Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen) (Tweede Kamer der Staten-Generaal) (voor 1931)
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk VI (Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen) (Tweede Kamer der Staten-Generaal) (voor 1933)
comités van aanbeveling, erefuncties etc.
ere- en devotie-ridder Maltezer Orde
Opleiding
voortgezet onderwijs
- gymnasium, R.K. "Sint Willibrordus College" te Katwijk aan de Rijn
academische studie
- rechtswetenschap (gepromoveerd op dissertatie), Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van september 1888 tot 9 mei 1893
Activiteiten
als parlementariër
- In de Katholiek fractie was hij de onderwijsspecialist. Hield zich verder bezig met justitie en economische aangelegenheden.
opvallend stemgedrag
- Behoorde in 1916 met Arts en Duynstee tot de minderheid van zijn fractie die tegen de ontwerp-Eedswet stemde
- Behoorde in 1916 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een motie-Schaper stemde waarin koppeling van een pensioenbelasting en een ouderdomspensioen werd afgewezen
- Behoorde in 1916 tot de drie katholieken die vóór een amendement-Lohman stemden over het niet verlenen van het passief kiesrecht aan vrouwen
- In 1921 stemden hij, Kolkman en Van Vuuren als enigen van de R.K.-fractie tegen het (verworpen) wetsartikel over een nieuwe procedure voor grondwetsherziening
- Behoorde in 1923 tot de vier leden van zijn fractie die tegen een (aangenomen) initiatiefwetsvoorstel-Sannes stemden over aanvulling van de Invaliditeitswet
- Behoorde in 1926 tot de vijf katholieken die tegen het wetsvoorstel tot goedkeuring van het Verdrag met België stemden
Wetenswaardigheden
algemeen
- Was in 1925 ontstemd dat Nolens hem als partijvoorzitter niet meer had betrokken bij de kabinetsformatie
- Werd op 3 maart 1950 in de Tweede Kamer herdacht. Namens het kabinet sprak daarbij minister Lieftinck.
uit de privésfeer
- Zijn echtgenote was een zus van de echtgenote van E.R.H. Regout, Tweede Kamerlid en minister
- Raakte in oktober 1931 vrij ernstig gewond door een aanrijding met een motorrijder in Utrecht. Keerde in mei 1932 terug in de Tweede Kamer.
- Een zoon van hem was burgemeester van respectievelijk Waalre, Lisse en Wassenaar
- Zijn vader was wethouder van Apeldoorn
verkiezingen
- Versloeg in 1904 bij een tussentijdse verkiezing in het district Elst H. Pyttersen Tzn. (ul), maar werd niet toegelaten wegens informaliteit. Werd bij een nieuwe verkiezing bij enkelvoudige kandidaatstelling gekozen.
- Versloeg in 1905 F.W.J. baron van Pallandt van Rosendael (ul)
- Versloeg in 1909 S. Lindeman (sdap)
- Versloeg in 1913 Dr. P.J. Muller (prot.chr.)
- Versloeg in 1917 F. van Eeden (comité anti-grondwetsherziening)
pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
- "De rode baron" (aanvankelijk)
- "Baron Canaille"
woonplaats(en)/adres(sen)
- Loenen (Gld.), kasteel Ter Horst, vanaf 8 maart 1869
- Katwijk aan den Rijn
- Amsterdam, tot 1893
- Zutphen, van 1893 tot 1897
- Eindhoven, van 1897 tot 1903
- Arnhem, van 1903 tot 1917
- Utrecht, Wilhelminapark 11, vanaf 1917 (nog in 1949)
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1912
- Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 29 augustus 1936
buitenlandse onderscheidingen
- Commandeur in de Orde van H. Gregorius de Grote, 1920
- diverse kerkelijke onderscheidingen
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid "Klarenbeeksche Club" te Arnhem, van 1900 tot 1908
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"Onze marken onder de werking der wet van 10 mei 1886" (dissertatie, 1893)
literatuur/documentatie
- A.H.M. van Schaik, "Wijnbergen, Antonius Ignatius Maria Josephus baron van (1869-1950)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel III, 670
- Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)
- Onze Afgevaardigden, 1905, 1909 en 1913
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Amsterdam, 14 januari 1897
echtgeno(o)t(e)/partner
P.H.E. van Sonsbeeck, Paulina Hermance Elisabeth
kinderen
2 zoons en 1 dochter
vader
F.M.A.J. baron van Wijnbergen, Ferdinandus Maria Alexander Joseph
geboorteplaats en/of -datum
Brummen, 18 oktober 1834
beroep vader
landeigenaar (rentenier)
moeder
A.M.L. barones van Hacfort tot ter Horst, Anthonia Maria Leopoldina
geboorteplaats en/of -datum
Arnhem, 1 mei 1840
beroep grootvader (vaderskant)
landeigenaar
beroep grootvader (moederskant)
landeigenaar
familierelaties