Rechtsgeleerde uit Winschoten die in de Tweede Kamer een trouw medestander van Thorbecke was. Behoorde in 1844 tot de Negenmannen die met democratiseringsvoorstellen kwamen en werd in 1846 daarom niet herkozen door de nog overwegend conservatieve Groningse Staten. Hij werd toen wel tot raadslid gekozen en een jaar later keerde hij terug in de Tweede Kamer. In 1848, na de invoering van directe verkiezingen, werd hij in twee districten gekozen. Doorliep een rechterlijke loopbaan, die eindigde als president van het Groningse gerechtshof.