Katholieke medestander en vriend van Thorbecke, die naast hem in de kamerbankjes zat en wiens lastige zoon hij enige tijd in huis nam. Behoorde tot de 'Negenmannen' van 1844, die met een voorstel tot grondwetsherziening kwamen en maakte deel uit van de commissie die onder voorzitterschap van Thorbecke de grondwetsherziening van 1848 voorbereidde. Burgemeester van Breda tot de Aprilbeweging van 1853. Bestreed in 1859 in de Tweede Kamer vurig de levering van een uitsluitend uit Limburgers bestaand regiment cavaleristen aan de Duitse Bond en werd tijdens zijn betoog getroffen door een hartaanval.